Home > Apparaat-instellingen > De instellingen van het apparaat vanaf het bedieningspaneel wijzigen > Instellingen- en functietabellen > Instellingstabellen (MFC-L8970CDWMFC-EX570)
Instellingstabellen (MFC-L8970CDW/MFC-EX570)
[Standaardinst.]
Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Niveau 6 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|---|
Lade-instelling | Papiersoort | MF-lade | - | Hiermee selecteert u de papiersoort die overeenkomt met het papier in de multifunctionele lade. |
Lade 1 | - | Hiermee selecteert u de papiersoort die overeenkomt met het papier in de standaardpapierlade. | ||
Lade 2 *1 | - | Hiermee selecteert u de papiersoort die overeenkomt met het papier in de optionele lade (lade 2). | ||
Lade 3 *1 | - | Hiermee selecteert u de papiersoort die overeenkomt met het papier in de optionele lade (lade 3). | ||
Papierform. | MF-lade | - | Hiermee selecteert u het formaat van het papier dat u in de multifunctionele lade hebt geplaatst. | |
Lade 1 | - | Hiermee selecteert u het formaat van het papier dat u in de standaardpapierlade hebt geplaatst. | ||
Lade 2 *1 | - | Hiermee selecteert u het formaat van het papier dat u in de optionele lade (lade 2) hebt geplaatst. | ||
Lade 3 *1 | - | Hiermee selecteert u het formaat van het papier dat u in de optionele lade (lade 3) hebt geplaatst. | ||
Kopie | - | - | Hiermee selecteert u de lade die u wilt gebruiken om te kopiëren. | |
Fax | - | - | Hiermee selecteert u de lade die u wilt gebruiken om een fax af te drukken. | |
Afdrukken | - | - | Hiermee selecteert u de lade die u wilt gebruiken om af te drukken. | |
Printpositie | MF-lade | X Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in de multifunctionele lade geplaatste papier horizontaal van -500 (links) tot +500 (rechts) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | |
Y Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in de multifunctionele lade geplaatste papier verticaal van -500 (boven) tot +500 (onder) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | |||
Lade 1 | X Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in de standaardlade geplaatste papier horizontaal van -500 (links) tot +500 (rechts) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | ||
Y Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in de standaardlade geplaatste papier verticaal van -500 (boven) tot +500 (onder) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | |||
Lade 2 *1 | X Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in optionele lade (lade 2) geplaatste papier horizontaal van -500 (links) tot +500 (rechts) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | ||
Y Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in optionele lade (lade 2) geplaatste papier verticaal van max. -500 (boven) tot +500 (onder) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | |||
Lade 3 *1 | X Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in optionele lade (lade 3) geplaatste papier horizontaal van -500 (links) tot +500 (rechts) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | ||
Y Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in optionele lade (lade 3) geplaatste papier verticaal van max. -500 (boven) tot +500 (onder) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | |||
Lade overslaan *1 | - | - | Hiermee selecteert u een specifieke lade die moet worden overgeslagen als deze papier van het verkeerde formaat bevat. | |
Scheidingslade *1 | - | - | Hiermee selecteert u de lade met het papier dat wordt gebruikt als scheidingspapier dat tussen elke afdruktaak wordt ingevoegd. | |
Meld. bijna leeg | Meld. bijna leeg | - | Hiermee selecteert u of een melding moet worden weergegeven dat de papierlade bijna leeg is. | |
Meldingsniveau | - | Hiermee selecteert u het minimale papierniveau waarbij de melding wordt weergegeven. | ||
Contr. papier | - | - | Hiermee selecteert u of een melding moet worden weergegeven om het papiertype en papierformaat te controleren. | |
Volume | Belvolume | - | - | Hiermee kunt u het belvolume aanpassen. |
Toon | - | - | Hiermee past u het volume van de waarschuwingstoon aan. | |
Luidspreker | - | - | Hiermee stelt u het volume van de luidspreker in. | |
LCD-instell. | Schermverlicht | - | - | Hiermee kunt u de helderheid van de achtergrondverlichting van het LCD-scherm aanpassen. |
Lichtdim-timer | - | - | Hiermee kunt u instellen hoe lang de achtergrondverlichting op de LCD blijft branden nadat u naar het hoofdbeginscherm bent teruggekeerd of andere functies hebt gebruikt. | |
Timer schermverl. | - | - | Hiermee kunt u instellen hoelang de achtergrondverlichting van het LCD-scherm blijft branden nadat u naar het hoofdbeginscherm bent teruggekeerd of andere functies hebt gebruikt. | |
Instellingen voor meldingen | Waarschuwing voor document | - | - | Hiermee selecteert u of er een melding getoond moet worden wanneer u een document op de glasplaat laat liggen. |
Scanresultaat (geen lege pagina's) | - | - | Toont het totaal aantal gescande pagina's en overgeslagen pagina's nadat het scannen is voltooid. | |
Ecologie | Ecomodus | - | - | |
Toner besparen | - | - | Hiermee verhoogt u het rendement van de tonercartridge. | |
Tijd slaapstand | - | - | Hiermee bepaalt u hoeveel tijd moet verstrijken voordat het apparaat naar de energiespaarstand gaat. | |
Stille modus | - | - | Hiermee vermindert u het lawaai bij het afdrukken. | |
Aut. uitschak. | - | - | Hiermee stelt u in na hoeveel minuten of uren het apparaat in de stroom uit-modus gaat. | |
Gegevens Wissen | Macro-ID= | - | - | Hiermee verwijdert u de geregistreerde macrogegevens. |
Stream-ID | - | - | Hiermee verwijdert u de geregistreerde streamgegevens. | |
Font ID= | - | - | Hiermee verwijdert u de geregistreerde lettertypegegevens. | |
Alles verwijderen | - | - | Hiermee herstelt u de macro-, stream- en lettertypegegevens van uw apparaat naar de fabrieksinstellingen. | |
USB-flashstation initialiseren (Alleen beschikbaar wanneer het USB-flashstation is geselecteerd in het menu Locatie taakopslag.) | - | - | Initialiseer het USB-flashstation voor afdrukken via USB-opslag. Initialiseren van het USB-flashstation duurt meer dan 40 minuten. |
[Instellingen snelkoppelingen]
Niveau 3 | Niveau 4 | Omschrijvingen |
|---|---|---|
(Selecteer een snelkoppeling) | Naamwijz | Hiermee wijzigt u de naam van de snelkoppeling. |
Bewerken | Hiermee kunt u de snelkoppelingsinstellingen wijzigen. | |
Verwijder | Hiermee verwijdert u de snelkoppeling. | |
Kaart/NFC registreren | Hiermee wijst u een snelkoppeling toe aan een chipkaart. | |
Kaart/NFC verwijderen | Hiermee verwijdert u een snelkoppeling van een chipkaart. |
[Fax]
Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|
Ontvangstmenu | Belvertraging | - | Hiermee kunt u instellen hoe vaak het belsignaal moet overgaan voordat het apparaat reageert in de modus Fax of Fax/Tel. |
Ontvangstmod. | - | Hiermee kiest u de ontvangstmodus die het best aan uw behoeften voldoet. | |
F/T beltijd | - | Hiermee stelt u de duur van het dubbele belsignaal in de modus Fax/Telefoon in. | |
Faxvoorbeeld | - | Hiermee kunt u ontvangen faxen bekijken op de LCD. | |
Fax Waarnemen | - | Hiermee worden faxen automatisch ontvangen wanneer u een oproep beantwoordt en de faxtoon hoort. | |
Act.Op Afst. | Act.Op Afst. | Hiermee kunt u oproepen op een tweede of extern toestel aannemen en codes gebruiken om de codes op afstand in- of uitschakelen. U kunt deze codes personaliseren. | |
Afstandscode | |||
Deactiveren (Voor Zwitserland) | |||
Auto reductie | - | Verklein elke pagina van een inkomende fax zodanig dat hij op het papier past. | |
PC-Fax ontv. | - | Hiermee stelt u het apparaat in om faxen naar uw computer te verzenden. U kunt dan ook de beveiligingsfunctie Reserveafdruk inschakelen. | |
Geheugenontv. | Uit | - | |
Fax Doorzenden | Stel het apparaat in om faxberichten door te zenden of om binnenkomende faxen in het geheugen op te slaan, zodat u deze kunt opvragen wanneer u niet bij uw apparaat bent. Als u Fax doorzenden of Fax opslaan selecteert, kunt u de beveiligingsfunctie Reserveafdruk inschakelen. | ||
Fax Opslaan | |||
Doorsturen naar cloud | Hiermee stuurt u inkomende faxen door naar de internetservice. | ||
Doorzenden naar netwerk | Hiermee stuurt u inkomende faxen door naar een netwerkbestemming. | ||
Faxontvangststempel | - | Hiermee drukt u bovenaan ontvangen faxen de tijd en datum van ontvangst af. | |
Tweezijdig | - | Hiermee drukt u ontvangen faxen af op beide zijden van het papier. | |
Verzendmenu | Verzamelen | - | Hiermee worden de uitgestelde faxen naar hetzelfde faxnummer samengevoegd en op een bepaald tijdstip in één keer verzonden. |
Voorblad Opm. | - | Hier kunt u tekst voor het faxvoorblad opgeven. | |
Automatisch herkiezen | - | Hiermee kunt u het apparaat instellen om het laatste faxnummer na vijf minuten opnieuw te kiezen als de fax niet kon worden verzonden omdat de lijn bezet was. Als de lijn bezet is bij het verzenden van een automatische fax , wordt het nummer maximaal drie keer opnieuw gekozen met een interval van vijf minuten. | |
Bestemming | - | Hiermee kunt u het apparaat instellen om tijdens het kiezen van faxen gegevens over de bestemming op de LCD weer te geven. | |
Kies rapport | Verzendrapp. | - | Hiermee selecteert u de begininstellingen voor het verzendrapport. |
Journaal tijd | Journaal tijd | Hiermee stelt u het interval in voor het automatisch afdrukken van het faxjournaal. | |
Tijd | Als u een andere optie dan Uit of Elke 50 faxen selecteert, kunt u de tijd voor de optie instellen. | ||
Dag | Als u Elke 7 dagen selecteert, kunt u de dag van de week instellen. | ||
Print document | - | - | Hiermee drukt u ontvangen faxen af die in het geheugen van het apparaat zijn opgeslagen. Na het afdrukken worden alle faxen uit het geheugen van het apparaat gewist. |
Afst.bediening | - | - | Hiermee stelt u uw eigen code voor afstandsbediening in. |
Kiesbeperking | Cijfertoetsen | - | Hiermee voorkomt u dat u per ongeluk een verkeerd nummer kiest of beperkt u het kiezen van nummers bij gebruik van de door u geselecteerde methode. |
Adresboek | - | ||
Snelk. | - | ||
LDAP-server | - | ||
Rest. jobs | - | - | Hiermee kunt u controleren welke geplande taken in het geheugen van het apparaat zijn opgeslagen en geselecteerde taken annuleren. |
[Printer]
Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|
Emulatie | - | - | Hiermee selecteert u de emulatiemodus. |
Kwaliteit | - | - | Hiermee selecteert u de afdrukkwaliteit. |
Afdrukopties | Lettretypelijst | HP LaserJet | Druk een lijst met de interne lettertypes van het apparaat af. |
BR-Script 3 | |||
Testafdruk | - | Hiermee drukt u een testpagina af. | |
Tweezijdig | 2-zijdige afdruk | - | Hiermee schakelt u 2-zijdig afdrukken in of uit en selecteert u lange zijde of korte zijde. |
Eén afbeelding | - | Voor een afdruktaak waarvan de laatste pagina een enkelzijdige afbeelding is, selecteert u de optie 1-zijd. invoer om de afdruktijd te verminderen. Wanneer u briefpapier of voorgedrukt papier gebruikt, moet u de optie 2-zijd. invoer selecteren. Als u 1-zijd. invoer selecteert voor briefpapier of voorgedrukt papier, wordt de laatste pagina op de achterzijde afgedrukt. | |
Autom. doorgaan | - | - | Selecteer als u wilt dat het apparaat fouten met het papierformaat of fouten met het mediatype automatisch wist en papier van andere lades gebruikt. |
Uitvoerkleur | - | - | Stel de uitvoerkleur in. |
Papiersoort | - | - | Hiermee stelt u de papiersoort in. |
Papierform. | - | - | Hiermee stelt u het papierformaat in. |
Aantal | - | - | Hiermee stelt u het aantal afgedrukte pagina's in. |
Orientatie | - | - | Hiermee bepaalt u of u pagina's staand of liggend wilt afdrukken. |
Nadruk op rand | - | - | Hiermee wordt de tekst scherper weergegeven. |
Printpositie | - | - | Hiermee opent u de instellingenmenu's voor de afdrukpositie. |
Auto FF | - | - | Hiermee drukt het apparaat automatisch overblijvende gegevens af. |
HP LaserJet | Fontnr. | Fontnr. | Stel het lettertypenummer in. Dit menu verschijnt als een laadbaar lettertype is geïnstalleerd op uw apparaat van Brother. |
Soft Font nr. | Stel het nummer van het laadbare lettertype in. Dit menu verschijnt als een laadbaar lettertype is geïnstalleerd op uw apparaat van Brother. | ||
Font breedte | - | Hiermee stelt u de lettertypepitch in. (Slechts beschikbaar voor specifieke lettertypen.) | |
Font punts | - | Hiermee stelt u de grootte van het lettertype in. (Slechts beschikbaar voor specifieke lettertypen.) | |
Symbolenset | - | Hiermee selecteert u de symbool- of tekenset. | |
Tabel afdrukken | - | Hiermee drukt u de codetabel af. | |
Auto LF | - | AAN: CR -> CR+LF, UIT: CR -> CR | |
Auto CR | - | AAN: LF -> LF+CR, FF -> FF+CR of VT -> VT+CR UIT: LF -> LF, FF -> FF of VT -> VT | |
Auto WRAP | - | Hiermee selecteert u of er een regelinvoer en regelterugloop moeten plaatsvinden wanneer de rechtermarge wordt bereikt. | |
Auto SKIP | - | Hiermee selecteert u of er een regelinvoer en regelterugloop moeten plaatsvinden wanneer de onderste marge wordt bereikt. | |
Linkerkantlijn | - | Hiermee stelt u de linkermarge bij kolom 0 tot 70 in op 1 cpi. | |
Rechterkantlijn | - | Hiermee stelt u de rechtermarge bij kolom 10 tot 80 in op 1 cpi. | |
Bovenmarge | - | Hiermee stelt u de bovenste margeafstand in van de bovenrand van het papier. | |
Ondermarge | - | Stelt de onderste margeafstand in van de onderrand van het papier. | |
Regels | - | Hiermee stelt u het aantal lijnen op elke pagina in. | |
Opdracht lade | - | Selecteer deze instelling als een verkeerde lade wordt gebruikt wanneer u de HP-drivers gebruikt. | |
BR-Script 3 | Print foutlijst | - | Kies of het apparaat de foutinformatie moet afdrukken wanneer de fout zich voordoet. |
CAPT | - | Gebruik CAPT (Colour Advanced Printing Technology) voor een optimale afdrukkwaliteit wanneer u een PS-bestand afdrukt dat door een PS-driver werd aangemaakt die niet van Brother komt. Hiermee verschijnen kleuren en foto's duidelijker en nauwkeuriger. De afdruksnelheid zal lager liggen. | |
Meer pag. afdr. | - | U kunt de paginalay-out instellen wanneer u meerdere pagina's afdrukt. | |
PDF-afdrukopties | - | Hiermee stelt u in of er naast de tekst van het pdf-bestand opmerkingen of stempels moeten worden afgedrukt als u via pdf afdrukt. | |
PDF aanp. aan pag. | - | Hiermee selecteert u of het apparaat de pagina's in het pdf-bestand moet vergroten of verkleinen zodat ze op het geselecteerde papierformaat passen. | |
Carbon-menu | Carbon Copy | - | Hiermee schakelt u de functie Carbon Copy in of uit. |
Aantal | - | Hiermee stelt u het aantal afgedrukte pagina's in. | |
Kopie1 Lade | - | Hiermee selecteert u de lade die u voor Kopie1 gebruikt. | |
Kopie1 stream | - | Hiermee selecteert u een stream voor Kopie1. | |
Kopie2 Lade ...Kopie8 Lade | - | Hiermee selecteert u de lade die u voor Kopie2 tot Kopie8 gebruikt. | |
Kopie2 stream ...Kopie8 stream | - | Hiermee selecteert u een stream voor Kopie2 tot 8. | |
Kleurcorrectie | Correctie starten | - | Kalibreer de kleuren om de kleuren te controleren en te corrigeren en voer vervolgens een registratie uit om de afdrukpositie van elke kleur uit te lijnen. |
Reset | - | Hiermee reset u de kalibratieparameters naar de standaardinstellingen. | |
Autom. correctie | - | Stel het apparaat zo in dat ze de kalibratie en de registratie van de kleuren automatisch uitvoert. | |
Kleurinstel. | Instelmodus | Selecteer of de afdrukinstellingen voor kleur van het apparaat of de printerdriver moeten worden toegepast. | |
Kleurmodus | Hiermee selecteert u de modus voor kleuren. | ||
Grijze kleur verbeteren | Schakel in of uit om de beeldkwaliteit van schaduwgebieden te verbeteren. | ||
Afdrukken in zwart verbeteren | Schakel in of uit als een zwarte afbeelding niet correct is afgedrukt. | ||
Helderheid | Hiermee kunt u de helderheid instellen. | ||
Contrast | Hiermee kunt u het contrast instellen. | ||
Rood | Hiermee past u de rode kleur aan. | ||
Groen | Hiermee past u de groene kleur aan. | ||
Blauw | Hiermee past u de blauwe kleur aan. | ||
Opslaglocatie taak | - | - | Hiermee selecteert u de locatie waar u afdruktaken wilt opslaan. |
Printer resetten | - | - | Hiermee worden de apparaatinstellingen naar de fabrieksinstellingen teruggezet. |
[Netwerk]
Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Niveau 6 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|---|
LAN met kabel | TCP/IP | Opstartmethode | - | Selecteert de opstartmethode die het best aan uw eisen voldoet. |
IP-adres | - | Voer het IP-adres in. | ||
Subnetmasker | - | Voer het subnetmasker in. | ||
Gateway | - | Voer het adres van de gateway in. | ||
Knooppuntnaam | - | Voer de knooppuntnaam in. (maximaal 32 tekens) | ||
WINS-configuratie | - | Selecteert de WINS-configuratiemodus. | ||
WINS-server | Primair | Specificeer het IP-adres van de primaire WINS-server. | ||
Secundair | Specificeer het IP-adres van de secundaire WINS-server. | |||
DNS-server | Primair | Specificeer het IP-adres van de primaire DNS-server. | ||
Secundair | Specificeer het IP-adres van de secundaire DNS-server. | |||
APIPA | - | Hiermee stelt u het apparaat in om automatisch het IP-adres van het link-local-adresbereik toe te wijzen. | ||
IPv6 | - | Hiermee schakelt u het IPv6-protocol in of uit. | ||
Ethernet | - | - | Hiermee selecteert u de Ethernet-verbindingsmodus. | |
Status bedraad | - | - | Hiermee geeft u de status van het bedrade netwerk weer. | |
MAC-adres | - | - | Hiermee kunt u het MAC-adres van het apparaat weergeven. | |
Standaard | - | - | Hiermee worden de instellingen van het bedrade netwerk naar de fabrieksinstellingen teruggezet. | |
Bekabeld insch. | - | - | Hiermee schakelt u het bedrade LAN handmatig in of uit. | |
WLAN(Wi-Fi) | Wi-Fi-netwerk vinden | - | - | Configureer uw draadloze netwerkinstellingen handmatig. |
WPS/drukknop | - | - | U kunt uw draadloze netwerkinstellingen eenvoudig configureren met één druk op de knop. | |
WPS/pincode | - | - | U kunt uw draadloze netwerkinstellingen eenvoudig configureren met WPS en een pincode. | |
WLAN herstellen | - | - | Reset en herstart uw draadloos netwerk. | |
Status WLAN | Status | - | Hiermee geeft u de status van het huidige draadloze netwerk weer. | |
Signaal | - | Hiermee kunt u de signaalsterkte van het huidige netwerk weergeven. | ||
SSID | - | Hiermee geeft u de huidige SSID weer. | ||
Comm. Modus | - | Hiermee geeft u de huidige communicatiemodus weer. | ||
TCP/IP | Opstartmethode | - | Selecteert de opstartmethode die het best aan uw eisen voldoet. | |
IP-adres | - | Voer het IP-adres in. | ||
Subnetmasker | - | Voer het subnetmasker in. | ||
Gateway | - | Voer het adres van de gateway in. | ||
Knooppuntnaam | - | Voer de knooppuntnaam in. (maximaal 32 tekens) | ||
WINS-configuratie | - | Selecteert de WINS-configuratiemodus. | ||
WINS-server | Primair | Specificeer het IP-adres van de primaire WINS-server. | ||
Secundair | Specificeer het IP-adres van de secundaire WINS-server. | |||
DNS-server | Primair | Specificeer het IP-adres van de primaire DNS-server. | ||
Secundair | Specificeer het IP-adres van de secundaire DNS-server. | |||
APIPA | - | Hiermee stelt u het apparaat in om automatisch het IP-adres van het link-local-adresbereik toe te wijzen. | ||
IPv6 | - | Hiermee schakelt u het IPv6-protocol in of uit. | ||
MAC-adres | - | - | Hiermee kunt u het MAC-adres van het apparaat weergeven. | |
Standaard | - | - | Hiermee worden de instellingen van het draadloze netwerk naar de fabrieksinstellingen teruggezet. | |
WLAN insch. | - | - | Schakelt de draadloze interface in of uit. | |
Wi-Fi Direct | Handmatig | - | - | Hiermee configureert u handmatig uw Wi-Fi Direct-netwerkinstellingen. |
Groepseigenaar | - | - | Stel uw apparaat als de Groepseigenaar in. | |
Drukknop | - | - | Hiermee configureert u uw Wi-Fi Direct-netwerkinstellingen met de drukknopmethode. | |
Pincode | - | - | Hiermee kunt u uw Wi-Fi Direct-netwerkinstellingen configureren met WPS en een pincode. | |
Apparaatgegevens | Apparaatnaam | - | Hiermee wordt de apparaatnaam van uw apparaat weergegeven. | |
SSID | - | Hiermee kunt u de SSID van de groepseigenaar weergeven. | ||
IP-adres | - | Hiermee kunt u het huidige IP-adres van uw apparaat weergeven. | ||
Statusinformatie | Status | - | Hiermee geeft u de status van het huidige Wi-Fi Direct-netwerk weer. | |
Signaal | - | Hiermee kunt u de signaalsterkte van het huidige WiFi Direct-netwerk nagaan. Wanneer uw apparaat als Groepseigenaar handelt, geeft de LCD altijd een sterk signaal aan. | ||
Interf. insch. | - | - | Hiermee schakelt u de Wi-Fi Direct-verbinding in of uit. | |
NFC | - | - | - | Hiermee schakelt u NFC-functie in of uit. |
E-mail/IFAX | E-mailadres | - | - | Hiermee voert u het e-mailadres in. |
Server inst. | SMTP | Server | Voer de SMTP-servernaam en -adres in. | |
Poort | Voer het SMTP-poortnummer in. | |||
Aut. voor SMTP | Selecteer hier de beveiligingsmethode voor e-mailmeldingen. | |||
SSL/TLS | Hiermee kunt u een e-mail verzenden of ontvangen via een e-mailserver waarvoor beveiligde SSL-/TLS-communicatie vereist is. | |||
Cert. contr. | Controleer het SMTP-servercertificaat automatisch. | |||
POP3/IMAP4 | Protocol | Hiermee selecteert u het protocol voor het ontvangen van e-mailberichten van de server. | ||
Server | Voer de servernaam en -adres in. | |||
Poort | Voer hier het poortnummer in. | |||
Postvaknaam | Hiermee voert u de naam van het postvak in. (maximaal 255 tekens) | |||
Wachtwoord postvak | Hiermee voert u het wachtwoord in om in te loggen op de server. (maximaal 128 tekens) | |||
Map selecteren | Hiermee selecteert u de opgegeven map in het postvak met het IMAP4-protocol. | |||
SSL/TLS | Hiermee kunt u een e-mail verzenden of ontvangen via een e-mailserver waarvoor beveiligde SSL-/TLS-communicatie vereist is. | |||
Cert. contr. | Controleer het SMTP-servercertificaat automatisch. | |||
Ver. voor POP3/IMAP4 | Selecteer hier de beveiligingsmethode voor e-mailmeldingen. | |||
E-mail RX instellen | Autom. polling | Autom. polling | Hiermee controleert u de server automatisch op nieuwe berichten. | |
Pollfrequentie | Hiermee stelt u het interval voor het controleren van nieuwe berichten op de server in. | |||
Koptekst | - | Hiermee selecteert u de inhoud van de kopregel die wordt afgedrukt. | ||
Fout mail verw./lezen | - | Foutmeldingen worden automatisch door de POP3-server verwijderd. Foutmeldingen worden nadat u ze gelezen hebt automatisch door de IMAP4-server verwijderd. | ||
Melding | - | Hiermee ontvangt u waarschuwingsberichten. | ||
E-mail TX instellen | Groottebeperk. | Groottebeperk. | Beperkt de grootte van e-maildocumenten. | |
Max.grootte (MB) | ||||
Melding | - | Hiermee verzendt u waarschuwingsberichten. | ||
Relayeren instellen | Groepsverzenden | - | Hiermee relayeert u een document naar een ander faxapparaat. | |
Groepsdomein | Groepsverz. ## | Hiermee registreert u de domeinnaam. | ||
Groepsrapport | - | Hiermee drukt u een Groepsverzendingsrapport af. | ||
Kies rapport | Verzendrapp. | Hiermee selecteert u de begininstellingen voor het verzendrapport. | ||
IFAX | Verzendrapp. | |||
Handmatig ontvangen | - | - | Hiermee controleert u de POP3- of IMAP4-server handmatig op nieuwe berichten. | |
Web Connect-instellingen | Proxy-instell. | Proxy-verbinding | - | Hiermee wijzigt u de webinstellingen. |
Adres | - | |||
Poort | - | |||
Gebruikersnaam | - | |||
Wachtwoord | - | |||
Webgebaseerd beheer | - | - | - | Hiermee schakelt u Beheer via een webbrowser in en uit. Als u deze functie inschakelt, moet u ook aangeven dat de verbindingsmethode gebruik moet maken van Beheer via een webbrowser. |
Faxen naar server | Faxen naar server | - | - | Sla het voor- en achtervoegsel voor de faxserver in uw apparaat van Brother op. |
Prefix | - | - | ||
Suffix | - | - | ||
IPsec | - | - | - | IPsec is een optionele beveiligingsfunctie van het IP-protocol dat verificatie- en versleutelingsservices voorziet. We raden u aan om contact op te nemen met uw netwerkbeheerder voordat u deze instelling wijzigt. |
IP-filter | - | - | - | Hiermee beperkt u de toegang tot uw apparaat door het IP-filter in te schakelen. |
GlobalNW dtct. | Detectie toestaan | - | - | Hiermee schakelt u Wereldwijde detectie in en uit. Dit is een functie die onbedoelde verbinding met een wereldwijd netwerk detecteert en de gebruiker daarover informeert. |
Toegang afwijzen | - | - | Hiermee schakelt u verbindingen met het wereldwijde netwerk uit. | |
Netw. resetten | - | - | - | Herstelt alle fabrieksinstellingen van het netwerk. |
[Print lijsten]
Niveau 3 | Niveau 4 | Omschrijvingen |
|---|---|---|
Verzendrapport | Weergeven op LCD | Hiermee geeft u verzendrapporten weer over verzonden faxen. |
Afdrukrapport | Hiermee drukt u een verzendrapport van de laatste transmissie af. | |
Adresboek | - | Hiermee drukt u een lijst met ontvangers af die in het adresboek zijn opgeslagen. |
Fax Journaal | - | Hiermee drukt u een lijst af met informatie over de laatste 200 ontvangen en verzonden faxen. (TX betekent verzonden. RX betekent ontvangen.) |
Gebruikersinst | - | Hiermee drukt u een lijst af met uw gebruikersinstellingen. |
Printerinstellingen | - | Hiermee drukt u een lijst af met uw printerinstellingen. |
Netwerkconfiguratie | - | Hiermee drukt u een lijst af met uw netwerkinstellingen. |
Bestandsl. afdr. | - | Hiermee drukt u een lijst af met de gegevens die zijn opgeslagen in het geheugen van het apparaat. |
Drumstippen afdrukken | - | Hiermee drukt u een controlevel voor drumdot afdrukken af. |
WLAN-rapport | - | Hiermee drukt u de resultaten van de draadloze LAN-verbinding af. |
[Machine-info]
Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|
Serienummer | - | - | Hiermee controleert u het serienummer van uw apparaat. |
Firmware-versie | Hoofdversie | - | Hiermee controleert u de firmwareversie van uw apparaat. |
Sub3-versie | - | ||
Beveiligingsversie | - | ||
Firmware bijwerken | - | - | Hiermee werkt u de firmware van het apparaat bij naar de meest recente versie. |
Firmware-update instellen | Updatemethode | - | Hiermee stelt u de dagen en tijden in voor automatische firmware-updates. |
Updatedagen | - | ||
Updatetijd | - | ||
Paginateller | Totaal | Kleur | Hiermee controleert u het totale aantal pagina's dat het apparaat heeft afgedrukt. |
Zwart-wit | |||
Fax | - | ||
Kopie | Kleur | ||
Zwart-wit | |||
Afdrukken | Kleur | ||
Zwart-wit | |||
Overige | Kleur | ||
Zwart-wit | |||
Levensduur onderdelen *1 | Drumeenheid | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van de drumeenheid weer. |
Riem | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van de riemeenheid weer. | |
Fusereenheid | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van de fuseereenheid weer. | |
Lasereenheid | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van de laser-eenheid weer. | |
Pap.toev.kit MF | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van PF Kit MP weer. | |
Pap.toev.kit 1 | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van PF Kit 1 weer. | |
Pap.toev.kit 2 *2 | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van PF Kit 2 weer. | |
Pap.toev.kit 3 *2 | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van PF Kit 3 weer. |
[Stand.instel.]
Niveau 3 | Niveau 4 | Omschrijvingen |
|---|---|---|
Datum en tijd | Datum | Hiermee kunt u de datum en de tijd instellen die op het scherm en in de kopteksten van de verzonden faxen worden weergegeven. |
Tijd | ||
Type klok | Hiermee selecteert u de tijdsindeling (12-uurs- of 24-uursnotatie). | |
Aut. zomertijd (Alleen in bepaalde landen beschikbaar) | Hiermee stelt u het apparaat in voor automatische aanpassing aan de zomer-/wintertijd. | |
Tijdzone | Hiermee stelt u uw tijdzone in. | |
Stations-ID | Fax | Hiermee kunt u opgeven welke naam en welk faxnummer moeten worden afgedrukt op elke pagina die u faxt. |
Telefoon | ||
Naam | ||
Toon/Puls (Alleen in bepaalde landen beschikbaar) | - | Selecteer de kiesmodus. |
Kiestoon | - | Hiermee verkort u de tijd tot de kiestoon wordt waargenomen. |
Tel lijn inst | - | Hiermee selecteert u het type telefoonlijn. |
Compatibel | - | Hiermee past u de synchronisatie aan bij verzendproblemen. VoIP-providers bieden faxondersteuning middels verschillende standaards. Als u regelmatig transmissiefouten ondervindt, selecteert u Minimaal (voor VoIP). |
Reset | Apparaat resetten | Hiermee herstelt u de apparaat-instellingen die u hebt gewijzigd. |
Netw. resetten | Herstelt alle fabrieksinstellingen van het netwerk. | |
Adresboek en fax | Hiermee verwijdert u alle opgeslagen telefoonnummers, faxgegevens en faxinstellingen. | |
Alle instellingen | Hiermee herstelt u alle apparaat-instellingen terug naar de fabrieksinstellingen en verwijdert u de persoonlijke gegevens in het geheugen. U kunt de gegevens niet zien op het apparaat. | |
Fabrieksinstellingen | Hiermee herstelt u alle apparaat-instellingen terug naar de fabrieksinstellingen en verwijdert u de persoonlijke gegevens in het geheugen van het apparaat. We raden u aan deze menuoptie te gebruiken als u alle gegeven van het apparaat wilt wissen. | |
Taalkeuze (Alleen in bepaalde landen beschikbaar) | - | Hiermee wijzigt u de taal op uw LCD-scherm. |
[Beheerdersinstellingen]
[Beheerdersinstellingen]
Niveau 2 | Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|---|
Instellingen voor startscherm | Pictogrammen | - | - | Verwijder pictogrammen, voeg pictogrammen toe en verplaats pictogrammen naar andere plaatsen op de beginschermen. |
Achtergrondkleur | - | - | Hiermee wijzigt u de achtergrondkleur op het touchscreen naar wit of zwart. | |
Tabs | Naamwijz | Tab 1 ...Tab 8 | Hiermee wijzigt u de naam van de tabbladen. | |
Hoofdstartscherm | - | Stel het hoofdbeginscherm in. | ||
Informatie weergeven | IP-adres | - | Hiermee bepaalt u of het IP-adres van het apparaat moet worden weergegeven op het beginscherm. | |
Instellingen voor startscherm resetten | - | - | Herstelt de fabrieksinstellingen van het beginscherm. | |
Overige scherminstellingen | Scherm Kopiëren | - | - | Hiermee kunt u de standaardinstellingen van het kopieerscherm opgeven. |
Scherm Scannen | - | - | Hiermee kunt u de standaardinstellingen van het scanscherm opgeven. | |
Beperkingsbeheer | Gebruikersbeperkingsfunctie | - | - | Hiermee schakelt u de functie voor beperkingen, zoals bijvoorbeeld Beveiligd functieslot, in of uit. |
Instelblokk. | - | - | Hiermee voorkomt u dat onbevoegde gebruikers de instellingen van het apparaat wijzigen. | |
Details voor Instelslot | - | - | Selecteer welke specifieke apparaat-instellingen onbevoegde gebruikers slechts beperkt mogen wijzigen. | |
Wachtwoord | - | - | - | Registreer of wijzig het wachtwoord om in te loggen in het menu admin-instellingen. |



