Home > Apparaat-instellingen > De instellingen van het apparaat vanaf het bedieningspaneel wijzigen > Instellingen- en functietabellen > Instellingstabellen (DCP-L8630CDW)
Instellingstabellen (DCP-L8630CDW)
[Instell.]
[Instell.]
Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|
| - | - | Hiermee krijgt u toegang tot de menu's om de datum en tijd in te stellen. |
Toner | Levensduur toner | - | U kunt bekijken hoeveel toner ongeveer resteert. |
Testafdruk | - | Hiermee drukt u een testpagina af. | |
Kleurcorrectie | Correctie starten | Hiermee start u de kalibratie van de kleuren om de kleuren te controleren en te corrigeren. | |
Reset | Hiermee reset u de kalibratieparameters naar de standaardinstellingen. | ||
Controle van tonercartridge | Zwart Cyaan Magenta Geel | Hiermee geeft u informatie over de geïnstalleerde tonercartridge weer op het LCD-scherm, bijvoorbeeld of de tonercartridge origineel is. | |
Netwerk | LAN met kabel | - | Hiermee opent u het instellingenmenu voor een bedraad LAN. |
WLAN(Wi-Fi) | - | Hiermee opent u de WLAN-instellingenmenu's. | |
Lade- instelling | - | - | Hiermee opent u de lade-instellingenmenu's. |
Wi-Fi Direct | - | - | Hiermee opent u de instellingenmenu's van Wi-Fi Direct. |
Ecomodus | - | - | |
Alle instell. | - | - | Hiermee kunt u de gedetailleerde instellingen configureren. |
[Standaardinst.]
Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Niveau 6 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|---|
Lade-instelling | Papiersoort | MF-lade | - | Hiermee selecteert u de papiersoort die overeenkomt met het papier in de multifunctionele lade. |
Lade 1 | - | Hiermee selecteert u de papiersoort die overeenkomt met het papier in de standaardpapierlade. | ||
Lade 2 *1 | - | Hiermee selecteert u de papiersoort die overeenkomt met het papier in de optionele lade (lade 2). | ||
Lade 3 *1 | - | Hiermee selecteert u de papiersoort die overeenkomt met het papier in de optionele lade (lade 3). | ||
Papierform. | MF-lade | - | Hiermee selecteert u het formaat van het papier dat u in de multifunctionele lade hebt geplaatst. | |
Lade 1 | - | Hiermee selecteert u het formaat van het papier dat u in de standaardpapierlade hebt geplaatst. | ||
Lade 2 *1 | - | Hiermee selecteert u het formaat van het papier dat u in de optionele lade (lade 2) hebt geplaatst. | ||
Lade 3 *1 | - | Hiermee selecteert u het formaat van het papier dat u in de optionele lade (lade 3) hebt geplaatst. | ||
Kopiëren | - | - | Hiermee selecteert u de lade die u wilt gebruiken om te kopiëren. | |
Afdr. | - | - | Hiermee selecteert u de lade die u wilt gebruiken om af te drukken. | |
Printpositie | MF-lade | X Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in de multifunctionele lade geplaatste papier horizontaal van -500 (links) tot +500 (rechts) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | |
Y Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in de multifunctionele lade geplaatste papier verticaal van -500 (boven) tot +500 (onder) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | |||
Lade 1 | X Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in de standaardlade geplaatste papier horizontaal van -500 (links) tot +500 (rechts) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | ||
Y Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in de standaardlade geplaatste papier verticaal van -500 (boven) tot +500 (onder) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | |||
Lade 2 *1 | X Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in optionele lade (lade 2) geplaatste papier horizontaal van -500 (links) tot +500 (rechts) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | ||
Y Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in optionele lade (lade 2) geplaatste papier verticaal van max. -500 (boven) tot +500 (onder) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | |||
Lade 3 *1 | X Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in optionele lade (lade 3) geplaatste papier horizontaal van -500 (links) tot +500 (rechts) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | ||
Y Offset | Hiermee verplaatst u de afdrukstartpositie (meestal de linkerbovenhoek van pagina's) voor het in optionele lade (lade 3) geplaatste papier verticaal van max. -500 (boven) tot +500 (onder) punten bij het afdrukken in 300 dpi. | |||
Lade overslaan *1 | - | - | Hiermee selecteert u een specifieke lade die moet worden overgeslagen als deze papier van het verkeerde formaat bevat. | |
Lade schd.vel *1 | - | - | Hiermee selecteert u de lade met het papier dat wordt gebruikt als scheidingspapier dat tussen elke afdruktaak wordt ingevoegd. | |
Meld. bijna leeg | Meld. bijna leeg | - | Hiermee selecteert u of een melding moet worden weergegeven dat de papierlade bijna leeg is. | |
Meldingsniveau | - | Hiermee selecteert u het minimale papierniveau waarbij de melding wordt weergegeven. | ||
Contr. papier | - | - | Hiermee selecteert u of een melding moet worden weergegeven om het papiertype en papierformaat te controleren. | |
Toon | - | - | - | Hiermee past u het volume van de waarschuwingstoon aan. |
LCD-instell. | Schermverlicht | - | - | Hiermee kunt u de helderheid van de achtergrondverlichting van het LCD-scherm aanpassen. |
Lichtdim-timer | - | - | Hiermee kunt u instellen hoe lang de achtergrondverlichting op de LCD blijft branden nadat u naar het hoofdbeginscherm bent teruggekeerd of andere functies hebt gebruikt. | |
Timer schermverl. | - | - | Hiermee kunt u instellen hoelang de achtergrondverlichting van het LCD-scherm blijft branden nadat u naar het hoofdbeginscherm bent teruggekeerd of andere functies hebt gebruikt. | |
Scherminst. | Startscherm | - | - | Stel het hoofdbeginscherm in. |
Scherm Scannen | - | - | Hiermee kunt u het standaardscanscherm instellen. | |
Info weergeven | IP-adres | - | Hiermee bepaalt u of het IP-adres van het apparaat moet worden weergegeven op het beginscherm. | |
Instellingen voor meldingen | Scanresult. (geen lege pag.) | - | - | Toont het totaal aantal gescande pagina's en overgeslagen pagina's nadat het scannen is voltooid. |
Ecologie | Ecomodus | - | - | |
Toner besparen | - | - | Hiermee verhoogt u het rendement van de tonercartridge. | |
Tijd slaapstand | - | - | Hiermee bepaalt u hoeveel tijd moet verstrijken voordat het apparaat naar de energiespaarstand gaat. | |
Stille modus | - | - | Hiermee vermindert u het lawaai bij het afdrukken. | |
Aut. uitschak. | - | - | Hiermee stelt u in na hoeveel minuten of uren het apparaat in de stroom uit-modus gaat. | |
Instelblokk. | - | - | - | Hiermee voorkomt u dat onbevoegde gebruikers de instellingen van het apparaat wijzigen. |
Gegevens Wissen | Macro-ID= | - | - | Hiermee verwijdert u de geregistreerde macrogegevens. |
Stream-ID | - | - | Hiermee verwijdert u de geregistreerde streamgegevens. | |
Font ID= | - | - | Hiermee verwijdert u de geregistreerde lettertypegegevens. | |
Alles verwijderen | - | - | Hiermee herstelt u de macro-, stream- en lettertypegegevens van uw apparaat naar de fabrieksinstellingen. |
[Instellingen snelkoppelingen]
Niveau 3 | Niveau 4 | Omschrijvingen |
|---|---|---|
(Selecteer een snelkoppeling) | Naamwijz | Hiermee wijzigt u de naam van de snelkoppeling. |
Bewerken | Hiermee kunt u de snelkoppelingsinstellingen wijzigen. | |
Verwijder | Hiermee verwijdert u de snelkoppeling. | |
Kaart/NFC registreren | Hiermee wijst u een snelkoppeling toe aan een chipkaart. | |
Kaart/NFC verwijderen | Hiermee verwijdert u een snelkoppeling van een chipkaart. |
[Printer]
Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|
Emulatie | - | - | Hiermee selecteert u de emulatiemodus. |
Kwaliteit | - | - | Hiermee selecteert u de afdrukkwaliteit. |
Afdrukopties | Lijst met Lettretypen | HP LaserJet | Druk een lijst met de interne lettertypes van het apparaat af. |
BR-Script 3 | |||
Testafdruk | - | Hiermee drukt u een testpagina af. | |
Tweezijdig | 2-zijdige afdruk | - | Hiermee schakelt u 2-zijdig afdrukken in of uit en selecteert u lange zijde of korte zijde. |
Eén afbeelding | - | Voor een afdruktaak waarvan de laatste pagina een enkelzijdige afbeelding is, selecteert u de optie 1-zijd. invoer om de afdruktijd te verminderen. Wanneer u voorgedrukt papier gebruikt, moet u de optie 2-zijd. invoer selecteren. Als u 1-zijd. invoer selecteert voor voorgedrukt papier, wordt de laatste pagina op de achterzijde afgedrukt. | |
Autom. doorgaan | - | - | Selecteer als u wilt dat het apparaat fouten met het papierformaat of fouten met het mediatype automatisch wist en papier van andere lades gebruikt. |
Uitvoerkleur | - | - | Stel de uitvoerkleur in. |
Papiersoort | - | - | Hiermee stelt u de papiersoort in. |
Papierform. | - | - | Hiermee stelt u het papierformaat in. |
Aantal | - | - | Hiermee stelt u het aantal afgedrukte pagina's in. |
Orientatie | - | - | Hiermee bepaalt u of u pagina's staand of liggend wilt afdrukken. |
Nadruk op rand | - | - | Hiermee wordt de tekst scherper weergegeven. |
Printpositie | - | - | Hiermee opent u de instellingenmenu's voor de afdrukpositie. |
Auto FF | - | - | Hiermee drukt het apparaat automatisch overblijvende gegevens af. |
HP LaserJet | Fontnr. | Fontnr. | Stel het lettertypenummer in. Dit menu verschijnt als een laadbaar lettertype is geïnstalleerd op uw apparaat van Brother. |
Soft Font nr. | Stel het nummer van het laadbare lettertype in. Dit menu verschijnt als een laadbaar lettertype is geïnstalleerd op uw apparaat van Brother. | ||
Lettretypepitch | - | Hiermee stelt u de lettertypepitch in. (Slechts beschikbaar voor specifieke lettertypen.) | |
Lettretypepunten | - | Hiermee stelt u de grootte van het lettertype in. (Slechts beschikbaar voor specifieke lettertypen.) | |
Symbolenset | - | Hiermee selecteert u de symbool- of tekenset. | |
Tabel afdrukken | - | Hiermee drukt u de codetabel af. | |
Auto LF | - | AAN: CR -> CR+LF, UIT: CR -> CR | |
Auto CR | - | AAN: LF -> LF+CR, FF -> FF+CR of VT -> VT+CR UIT: LF -> LF, FF -> FF of VT -> VT | |
Auto WRAP | - | Hiermee selecteert u of er een regelinvoer en regelterugloop moeten plaatsvinden wanneer de rechtermarge wordt bereikt. | |
Auto SKIP | - | Hiermee selecteert u of er een regelinvoer en regelterugloop moeten plaatsvinden wanneer de onderste marge wordt bereikt. | |
Linkerkantlijn | - | Hiermee stelt u de linkermarge bij kolom 0 tot 70 in op 1 cpi. | |
Rechterkantlijn | - | Hiermee stelt u de rechtermarge bij kolom 10 tot 80 in op 1 cpi. | |
Bovenmarge | - | Hiermee stelt u de bovenste margeafstand in van de bovenrand van het papier. | |
Ondermarge | - | Stelt de onderste margeafstand in van de onderrand van het papier. | |
Regels | - | Hiermee stelt u het aantal lijnen op elke pagina in. | |
Opdracht lade | - | Selecteer deze instelling als een verkeerde lade wordt gebruikt wanneer u de HP-drivers gebruikt. | |
BR-Script 3 | Print foutlijst | - | Kies of het apparaat de foutinformatie moet afdrukken wanneer de fout zich voordoet. |
CAPT | - | Gebruik CAPT (Colour Advanced Printing Technology) voor een optimale afdrukkwaliteit wanneer u een PS-bestand afdrukt dat door een PS-driver werd aangemaakt die niet van Brother komt. Hiermee verschijnen kleuren en foto's duidelijker en nauwkeuriger. De afdruksnelheid zal lager liggen. | |
Meer pag. afdr. | - | U kunt de paginalay-out instellen wanneer u meerdere pagina's afdrukt. | |
PDF-afdrukopties | - | Hiermee stelt u in of er naast de tekst van het pdf-bestand opmerkingen of stempels moeten worden afgedrukt als u via pdf afdrukt. | |
PDF aanp. aan pag. | - | Hiermee selecteert u of het apparaat de pagina's in het pdf-bestand moet vergroten of verkleinen zodat ze op het geselecteerde papierformaat passen. | |
Carbon-menu | Carbon Copy | - | Hiermee schakelt u de functie Carbon Copy in of uit. |
Aantal | - | Hiermee stelt u het aantal afgedrukte pagina's in. | |
Kopie1 Lade | - | Hiermee selecteert u de lade die u voor Kopie1 gebruikt. | |
Kopie1 stream | - | Hiermee selecteert u een stream voor Kopie1. | |
Kopie2 Lade ...Kopie8 Lade | - | Hiermee selecteert u de lade die u voor Kopie2 tot Kopie8 gebruikt. | |
Kopie2 stream ...Kopie8 stream | - | Hiermee selecteert u een stream voor Kopie2 tot 8. | |
Kleurcorrectie | Correctie starten | - | Kalibreer de kleuren om de kleuren te controleren en te corrigeren en voer vervolgens een registratie uit om de afdrukpositie van elke kleur uit te lijnen. |
Reset | - | Hiermee reset u de kalibratieparameters naar de standaardinstellingen. | |
Autom. correctie | - | Stel het apparaat zo in dat ze de kalibratie en de registratie van de kleuren automatisch uitvoert. | |
Kleurinstellingen | Instelmodus | Selecteer of de afdrukinstellingen voor kleur van het apparaat of de printerdriver moeten worden toegepast. | |
Kleurmodus | Hiermee selecteert u de modus voor kleuren. | ||
Grijze kleur verbeteren | Schakel in of uit om de beeldkwaliteit van schaduwgebieden te verbeteren. | ||
Afdrukken in zwart verb. | Schakel in of uit als een zwarte afbeelding niet correct is afgedrukt. | ||
Helderheid | Hiermee kunt u de helderheid instellen. | ||
Contrast | Hiermee kunt u het contrast instellen. | ||
Rood | Hiermee past u de rode kleur aan. | ||
Groen | Hiermee past u de groene kleur aan. | ||
Blauw | Hiermee past u de blauwe kleur aan. | ||
Printer resetten | - | - | Hiermee worden de apparaatinstellingen naar de fabrieksinstellingen teruggezet. |
[Netwerk]
Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Niveau 6 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|---|
LAN met kabel | TCP/IP | Opstartmeth. | - | Selecteert de opstartmethode die het best aan uw eisen voldoet. |
IP-adres | - | Voer het IP-adres in. | ||
Subnetmasker | - | Voer het subnetmasker in. | ||
Gateway | - | Voer het adres van de gateway in. | ||
Knooppuntnaam | - | Voer de knooppuntnaam in. (maximaal 32 tekens) | ||
WINS-configuratie | - | Selecteert de WINS-configuratiemodus. | ||
WINS-server | Primair | Specificeer het IP-adres van de primaire WINS-server. | ||
Secundair | Specificeer het IP-adres van de secundaire WINS-server. | |||
DNS-server | Primair | Specificeer het IP-adres van de primaire DNS-server. | ||
Secundair | Specificeer het IP-adres van de secundaire DNS-server. | |||
APIPA | - | Hiermee stelt u het apparaat in om automatisch het IP-adres van het link-local-adresbereik toe te wijzen. | ||
IPv6 | - | Hiermee schakelt u het IPv6-protocol in of uit. | ||
Ethernet | - | - | Hiermee selecteert u de Ethernet-verbindingsmodus. | |
Status bedraad | - | - | Hiermee geeft u de status van het bedrade netwerk weer. | |
MAC-adres | - | - | Hiermee kunt u het MAC-adres van het apparaat weergeven. | |
Standaard | - | - | Hiermee worden de instellingen van het bedrade netwerk naar de fabrieksinstellingen teruggezet. | |
Bekabeld insch. | - | - | Hiermee schakelt u het bedrade LAN handmatig in of uit. | |
WLAN(Wi-Fi) | Wi-Fi-netwerk vinden | - | - | Configureer uw draadloze netwerkinstellingen handmatig. |
WPS/drukknop | - | - | U kunt uw draadloze netwerkinstellingen eenvoudig configureren met één druk op de knop. | |
WPS/pincode | - | - | U kunt uw draadloze netwerkinstellingen eenvoudig configureren met WPS en een pincode. | |
WLAN herstellen | - | - | Reset en herstart uw draadloos netwerk. | |
Status WLAN | Status | - | Hiermee geeft u de status van het huidige draadloze netwerk weer. | |
Signaal | - | Hiermee kunt u de signaalsterkte van het huidige netwerk weergeven. | ||
SSID | - | Hiermee geeft u de huidige SSID weer. | ||
Comm. Modus | - | Hiermee geeft u de huidige communicatiemodus weer. | ||
TCP/IP | Opstartmeth. | - | Selecteert de opstartmethode die het best aan uw eisen voldoet. | |
IP-adres | - | Voer het IP-adres in. | ||
Subnetmasker | - | Voer het subnetmasker in. | ||
Gateway | - | Voer het adres van de gateway in. | ||
Knooppuntnaam | - | Voer de knooppuntnaam in. (maximaal 32 tekens) | ||
WINS-configuratie | - | Selecteert de WINS-configuratiemodus. | ||
WINS-server | Primair | Specificeer het IP-adres van de primaire WINS-server. | ||
Secundair | Specificeer het IP-adres van de secundaire WINS-server. | |||
DNS-server | Primair | Specificeer het IP-adres van de primaire DNS-server. | ||
Secundair | Specificeer het IP-adres van de secundaire DNS-server. | |||
APIPA | - | Hiermee stelt u het apparaat in om automatisch het IP-adres van het link-local-adresbereik toe te wijzen. | ||
IPv6 | - | Hiermee schakelt u het IPv6-protocol in of uit. | ||
MAC-adres | - | - | Hiermee kunt u het MAC-adres van het apparaat weergeven. | |
Standaard | - | - | Hiermee worden de instellingen van het draadloze netwerk naar de fabrieksinstellingen teruggezet. | |
WLAN insch. | - | - | Schakelt de draadloze interface in of uit. | |
Wi-Fi Direct | Handmatig | - | - | Hiermee configureert u handmatig uw Wi-Fi Direct-netwerkinstellingen. |
Groepseigenaar | - | - | Stel uw apparaat als de Groepseigenaar in. | |
Drukknop | - | - | Hiermee configureert u uw Wi-Fi Direct-netwerkinstellingen met de drukknopmethode. | |
Pincode | - | - | Hiermee kunt u uw Wi-Fi Direct-netwerkinstellingen configureren met WPS en een pincode. | |
Apparaatgegevens | Apparaatnaam | - | Hiermee wordt de apparaatnaam van uw apparaat weergegeven. | |
SSID | - | Hiermee kunt u de SSID van de groepseigenaar weergeven. | ||
IP-adres | - | Hiermee kunt u het huidige IP-adres van uw apparaat weergeven. | ||
Statusinformatie | Status | - | Hiermee geeft u de status van het huidige Wi-Fi Direct-netwerk weer. | |
Signaal | - | Hiermee kunt u de signaalsterkte van het huidige WiFi Direct-netwerk nagaan. Wanneer uw apparaat als Groepseigenaar handelt, geeft de LCD altijd een sterk signaal aan. | ||
Interf. insch. | - | - | Hiermee schakelt u de Wi-Fi Direct-verbinding in of uit. | |
E-mailadres | - | - | Hiermee voert u het e-mailadres in. | |
Server instellen | SMTP | Server | Voer de SMTP-servernaam en -adres in. | |
Poort | Voer het SMTP-poortnummer in. | |||
Aut. voor SMTP | Selecteer hier de beveiligingsmethode voor e-mailmeldingen. | |||
SSL/TLS | Hiermee kunt u een e-mail verzenden of ontvangen via een e-mailserver waarvoor beveiligde SSL-/TLS-communicatie vereist is. | |||
Cert. contr. | Controleer het SMTP-servercertificaat automatisch. | |||
E-mail TX instellen | Groottebeperk. | Groottebeperk. | Beperkt de grootte van e-maildocumenten. | |
Max.grootte (MB) | ||||
Melding | - | Hiermee verzendt u waarschuwingsberichten. | ||
Web Connect-instellingen | Proxy-instell. | Proxy-verbinding | - | Hiermee wijzigt u de webinstellingen. |
Adres | - | |||
Poort | - | |||
Gebruikersnaam | - | |||
Wachtwoord | - | |||
Webgebaseerd beheer | - | - | - | Hiermee schakelt u Beheer via een webbrowser in en uit. Als u deze functie inschakelt, moet u ook aangeven dat de verbindingsmethode gebruik moet maken van Beheer via een webbrowser. |
IPsec | - | - | - | IPsec is een optionele beveiligingsfunctie van het IP-protocol dat verificatie- en versleutelingsservices voorziet. We raden u aan om contact op te nemen met uw netwerkbeheerder voordat u deze instelling wijzigt. |
IP-filter | - | - | - | Hiermee beperkt u de toegang tot uw apparaat door het IP-filter in te schakelen. |
GlobalNW dtct. | Detectie toestaan | - | - | Hiermee schakelt u Wereldwijde detectie in en uit. Dit is een functie die onbedoelde verbinding met een wereldwijd netwerk detecteert en de gebruiker daarover informeert. |
Toegang afwijzen | - | - | Hiermee schakelt u verbindingen met het wereldwijde netwerk uit. | |
Netw. resetten | - | - | - | Herstelt alle fabrieksinstellingen van het netwerk. |
[Print lijsten]
Niveau 3 | Niveau 4 | Omschrijvingen |
|---|---|---|
Adresboek | - | Hiermee drukt u een lijst met ontvangers af die in het adresboek zijn opgeslagen. |
Gebruikersinst | - | Hiermee drukt u een lijst af met uw gebruikersinstellingen. |
Printerinstellingen | - | Hiermee drukt u een lijst af met uw printerinstellingen. |
Netwerkconfiguratie | - | Hiermee drukt u een lijst af met uw netwerkinstellingen. |
Bestandsl. afdr. | - | Hiermee drukt u een lijst af met de gegevens die zijn opgeslagen in het geheugen van het apparaat. |
Drumstippen afdrukken | - | Hiermee drukt u een controlevel voor drumdot afdrukken af. |
WLAN-rapport | - | Hiermee drukt u de resultaten van de draadloze LAN-verbinding af. |
[Machine-info]
Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|
Serienummer | - | - | Hiermee controleert u het serienummer van uw apparaat. |
Firmware-versie | Hoofdversie | - | Hiermee controleert u de firmwareversie van uw apparaat. |
Beveiligingsversie | - | ||
Firmware bijwerken | - | - | Hiermee werkt u het apparaat bij met de meest recente firmware. |
Firmware-update instellen | Updatemethode | - | Hiermee stelt u de dagen en tijden in voor automatische firmware-updates. |
Updatedagen | - | ||
Updatetijd | - | ||
Paginateller | Totaal | Kleur | Hiermee controleert u het totale aantal pagina's dat het apparaat heeft afgedrukt. |
Zwart-wit | |||
Kopie | Kleur | ||
Zwart-wit | |||
Afdrukken | Kleur | ||
Zwart-wit | |||
Overige | Kleur | ||
Zwart-wit | |||
Levensduur onderdelen *1 | Drumeenheid | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van de drumeenheid weer. |
Riem | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van de riemeenheid weer. | |
Fusereenheid | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van de fuseereenheid weer. | |
Lasereenheid | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van de laser-eenheid weer. | |
Pap.toev.kit MF | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van PF Kit MP weer. | |
Pap.toev.kit 1 | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van PF Kit 1 weer. | |
Pap.toev.kit 2 *2 | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van PF Kit 2 weer. | |
Pap.toev.kit 3 *2 | - | Hiermee geeft u de resterende levensduur van PF Kit 3 weer. |
[Stand.instel.]
Niveau 3 | Niveau 4 | Omschrijvingen |
|---|---|---|
Datum en tijd | Datum | Hiermee stelt u de datum en tijd op uw apparaat in. |
Tijd | ||
Type klok | Hiermee selecteert u de tijdsindeling (12-uurs- of 24-uursnotatie). | |
Aut. zomertijd (Alleen in bepaalde landen beschikbaar) | Hiermee stelt u het apparaat in voor automatische aanpassing aan de zomer-/wintertijd. | |
Tijdzone | Hiermee stelt u uw tijdzone in. | |
Reset | Apparaat resetten | Hiermee herstelt u de apparaat-instellingen die u hebt gewijzigd. |
Netw. resetten | Herstelt alle fabrieksinstellingen van het netwerk. | |
Adresboek | Hiermee kunt u alle opgeslagen telefoonnummers wissen. | |
Alle instellingen | Hiermee herstelt u alle apparaat-instellingen terug naar de fabrieksinstellingen en verwijdert u de persoonlijke gegevens in het geheugen. U kunt de gegevens niet zien op het apparaat. | |
Fabrieksinstellingen | Hiermee herstelt u alle apparaat-instellingen terug naar de fabrieksinstellingen en verwijdert u de persoonlijke gegevens in het geheugen van het apparaat. We raden u aan deze menuoptie te gebruiken als u alle gegeven van het apparaat wilt wissen. | |
Taalkeuze (Alleen in bepaalde landen beschikbaar) | - | Hiermee wijzigt u de taal op uw LCD-scherm. |




