Home > Instellingen > Instellingen bewerken > Beheerder
Beheerder
Met de beheerdersinstellingen kunt u beheeropties, zoals instellingen voor op afstand bijwerken en beveiliging, opgeven of wijzigen.
Tabblad Update op afstand
- FTP
- ID updaten
Geeft de identificatie weer van de update die op het apparaat is toegepast.
- IP-adres van FTP-server
Geef het adres van de FTP-server op.
- Poort:
Geef het nummer op van de poort die wordt gebruikt om toegang te krijgen tot de FTP-server.
- Passieve modus
De passieve modus voor FTP-communicatie in- of uitschakelen.
- Gebruikersnaam:
Geef een gebruikersnaam op die gemachtigd is om zich aan te melden bij de FTP-server.
- Wachtwoord:
Voer in het veld Gebruikersnaam: het wachtwoord in dat bij de opgegeven gebruikersnaam hoort.
- Log opslag
Geef aan of het updatelog naar de FTP-server moet worden geëxporteerd.
- Log opslag pad op FTP-server
Geef het pad op van de map op de FTP-server waarin u de loggegevens wilt opslaan.
- Pad
Geef het directorypad op de FTP-server op waar de updatebestanden worden opgeslagen.
- Naam instellingenbestand
Geef de naam op van het configuratiebestand dat wordt gebruikt voor bijwerken op afstand.
- SSL/TLS
Geef de versleutelingsmethode op die wordt gebruikt voor beveiligde FTP-communicatie.
- Servercertificaat verifiëren
De verificatie van het SSL/TLS-certificaat van de FTP-server in- of uitschakelen.
- Automatisch updaten
Automatisch controleren en installeren van updates in- of uitschakelen.
- Op update controleren
Geef de methode op die wordt gebruikt om te controleren op updates.
- Vast interval
Geef het tijdsinterval op voor het automatisch controleren op updates.
- Gespecificeerde tijd
Geef het exacte tijdstip op om te controleren op updates.
Tabblad NFC
- NFC
- Type verbinding
Gebruik de NFC-functie om verbinding te maken via Bluetooth of WirelessDirect.
Tabblad Beveiliging
- Overig
- Instellingen vergrendelen
Hiermee kunt u menu-instellingen vergrendelen, zodat die niet kunnen worden gewijzigd.
- Vliegtuigstand
Hiermee kunt de Bluetooth- of Wi‑Fi-interface uitschakelen. Deze functie is bedoeld voor gebruik van het apparaat op plekken waar signaaltransmissie niet is toegestaan.
- Wachtwoord beheerder
Selecteer Aan om de beheerdersmodus te configureren.
- Wachtwoord:
Geef een viercijferig wachtwoord op dat moet worden ingevoerd voordat de menu-instellingen kunnen worden gewijzigd.
- Bewerken uitschakelen
Instellen of het bewerken van objecten al dan niet wordt geblokkeerd.
- Printkopcontrole bij inschakelen
Geef aan of de status van de printkop moet worden gecontroleerd als het apparaat wordt ingeschakeld.



