Home > Apparaat-instellingen > De instellingen van het apparaat vanaf het bedieningspaneel wijzigen > Instellingen- en functietabellen > Instellingstabellen (Touchscreen modellen van 2,7"(67,5 mm)/3,5"(87,6 mm))
Instellingstabellen (Touchscreen modellen van 2,7"(67,5 mm)/3,5"(87,6 mm))
De volgende tabellen geven u inzicht in de menuopties op uw apparaat.
[Instell.]
[Instell.]
Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|
(Datum en tijd (Datum & Tijd)) | - | - | Hiermee krijgt u toegang tot de menu's om de datum en tijd in te stellen. |
Onderhoud | - | - | Hiermee opent u de menu's met onderhoudsinstellingen. |
Netwerk | LAN met kabel | - | Hiermee opent u het instellingenmenu voor een bedraad LAN. |
WLAN(Wi-Fi) | - | Hiermee opent u de WLAN-instellingenmenu's. | |
Wi-Fi Direct | - | Hiermee opent u de instellingenmenu's van Wi-Fi Direct. | |
Lade-instell. (Ladeinstelling) | - | - | Hiermee opent u de lade-instellingenmenu's. |
Faxvoorbeeld | - | - | Hiermee kunt u ontvangen faxen bekijken op de LCD. |
Wi-Fi Direct | - | - | Hiermee opent u de instellingenmenu's van Wi-Fi Direct. |
Alle instell. | - | - | Hiermee kunt u de gedetailleerde instellingen configureren. |
[Standaardinst.]

Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|
Onderhoud | Afdrukkwaliteit verbeteren (Verbeter afdrukkwaliteit) | Contr. afdrukkwaliteit | Hiermee kunt u de afdrukkwaliteit, uitlijning en papierinvoer controleren en verbeteren volgens de aanwijzingen op het LCD-scherm. |
Uitlijning | |||
Corr. papierinvoer | |||
Printkop reinigen | - | Hiermee reinigt u de printkop volgens de instructies op het LCD-scherm. | |
Verwijder papierresten | - | Hiermee verwijdert u een stuk papier uit het apparaat volgens de instructies op het LCD-scherm. | |
Inktvolume | - | Geeft aan hoeveel inkt er nog beschikbaar is. | |
Inktcartridgemodel | - | Hiermee controleert u de nummers van de inktcartridges. | |
Afdrukopties | Verminder vlekken | Hiermee voorkomt u vlekken op het papier of papierstoringen tijdens het afdrukken. | |
Verminder oneven regels | Hiermee voorkomt u lijnen op het papier tijdens het afdrukken. | ||
Afdruk verbet. | Hiermee verbetert u de afdrukkwaliteit en gaat u onscherpe afdrukken tegen. | ||
Controle inktcartridge | - | Hiermee bekijkt u de gegevens van de inktcartridges. | |
Automatische controle van afdrukkwaliteit | - | Hiermee wordt de toestand van de printkop automatisch gedetecteerd en vindt zo nodig reiniging plaats. | |
Papiersoort (MFC-J3660DW/MFC-J6560DW/MFC-J6760DW) | - | - | Hiermee kunt u het soort papier voor de papierlade instellen. |
Papierform. (Papierformaat) (MFC-J3660DW/MFC-J6560DW/MFC-J6760DW) | - | - | Hiermee stelt u het papierformaat in de papierlade in. |
Contr. papier (MFC-J3660DW/MFC-J6560DW/MFC-J6760DW) | - | - | Controleer de papiersoort en het papierformaat wanneer u de lade uit het apparaat trekt. |
Lade-instell. (Lade-instelling) (MFC-J3960DW/MFC-J6960DW/MFC-J6975DW/MFC-J6977DW) | Lade 1 | Papiersoort | Hiermee kunt u het soort papier voor lade 1 instellen. |
Papierform. (Papierformaat) | Hiermee kunt u het papierformaat voor lade 1 instellen. | ||
Lade 2 | Papierform. (Papierformaat) | Hiermee kunt u het papierformaat voor lade 2 instellen. | |
Lade 3 (MFC-J6977DW) | Papierform. (Papierformaat) | Hiermee kunt u het papierformaat voor lade 3 instellen. | |
MF-lade | Papiersoort | Hiermee kunt u het soort papier voor de MF-lade instellen. | |
Papierform. (Papierformaat) | Hiermee kunt u het papierformaat voor de MF-lade instellen. | ||
Kopie | Ladeselectie | Kies de lade die voor het maken van kopieën wordt gebruikt. | |
Ladeprioriteit | U kunt de ladeprioriteit voor kopiëren wijzigen. | ||
Fax | Ladeselectie | Kies de lade die voor faxen wordt gebruikt. | |
Ladeprioriteit | U kunt de ladeprioriteit voor faxen wijzigen. | ||
Afdrukken (Lade-instelling: Afdrukken) | Ladeprioriteit | U kunt de ladeprioriteit voor afdrukken vanaf uw computer wijzigen. | |
Lade-instelling: JPEG-afdruk (Media) | Ladeselectie | Hiermee selecteert u welke lade wordt gebruikt voor het afdrukken van foto's vanaf een USB-flashstation. | |
Ladeprioriteit | Hiermee verandert u de ladeprioriteit voor het afdrukken van foto's vanaf een USB-flashstation. | ||
Lade overslaan (MFC-J6977DW) | - | Hiermee selecteert u een specifieke lade die u niet wilt gebruiken; als deze papier van het verkeerde formaat bevat. | |
Contr. papier | - | Hiermee wordt het papiertype en -formaat gecontroleerd wanneer u de lade uit het apparaat trekt of papier in de Multif. lade plaatst. | |
Volume | Belvolume | - | Hiermee kunt u het belvolume aanpassen. |
Toon | - | Hiermee past u het volume van de waarschuwingstoon aan. | |
Luidspreker | - | Hiermee stelt u het volume van de luidspreker in. | |
LCD instell. (LCD-instell.) | Schermverlicht | - | Hiermee kunt u de helderheid van de achtergrondverlichting van het LCD-scherm aanpassen. |
Lichtdim-timer | - | Hiermee stelt u in hoelang de achtergrondverlichting van het LCD-scherm blijft branden nadat u er voor het laatst op hebt gedrukt. | |
Scherminst. | Startscherm | - | Hiermee kunt u kiezen welk scherm moet worden weergegeven wanneer u op |
Scherm Scannen | - | Hiermee kunt u de standaardinstellingen van het scanscherm opgeven. | |
Instellingen voor meldingen | Documentwaarschuwing | - | Hiermee wordt een waarschuwing gegeven als er nog een document op de glasplaat ligt. |
Kopieertip | - | Hiermee worden de plaatsingsindicaties voor documenten weergegeven wanneer u de documentklep opent. | |
Scanresult. (geen lege pag.) | - | Hiermee geeft u na het scannen de resultaten van het overslaan van blanco pagina's weer. | |
Toetsenb. Instell. | - | - | Hiermee selecteert u het type toetsenbord voor het LCD-scherm. |
Ecologie | Ecomodus | - | |
Tijd slaapstand | - | Stel in hoe lang het apparaat inactief moet blijven voordat het in Slaapstand gaat. | |
Stille modus | - | Hiermee vermindert u het lawaai bij het afdrukken. | |
Aut. uitschak. | - | Geef op na hoeveel tijd het apparaat automatisch moet overschakelen naar de stroom uit-modus. Als deze functie is uitgeschakeld, gaat het apparaat niet automatisch uit. | |
Gegevens Wissen (MFC-J6975DW/MFC-J6977DW) | Macro-ID= | - | Hiermee verwijdert u de geregistreerde macrogegevens. |
Font ID= | - | Hiermee verwijdert u de geregistreerde lettertypegegevens. | |
Alles verwijderen | - | Hiermee herstelt u de macro- en lettertypegegevens van uw apparaat naar de fabrieksinstellingen. | |
Papierrichting A4/Lettre | - | - | Hiermee bepaalt u de richting voor A4- of Letter-documenten op de glasplaat. |
[Instellingen snelkoppelingen]

Niveau 3 | Niveau 4 | Omschrijvingen |
|---|---|---|
(Selecteer een snelkoppelingknop.) | Naamwijz (Naam wijzigen) | Hiermee wijzigt u de naam van de snelkoppeling. |
Bewerken | Hiermee kunt u de snelkoppelingsinstellingen wijzigen. | |
Verwijder | Hiermee verwijdert u de snelkoppeling. | |
Kaart/NFC registreren | Hiermee wijst u een snelkoppeling toe aan een chipkaart. | |
Kaart/NFC verwijderen | Hiermee verwijdert u een snelkoppeling van een chipkaart. |
[Fax]
Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|
Ontvangstmenu | Belvertraging | - | Hiermee kunt u instellen hoe vaak het belsignaal moet overgaan voordat het apparaat reageert in de modus Alleen fax of Fax/Tel. |
Ontvangstmodus | - | Hiermee kiest u de ontvangstmodus die het best aan uw behoeften voldoet. | |
F/T beltijd | - | Hiermee stelt u de duur van het dubbele belsignaal in de modus Fax/Telefoon in. | |
Faxvoorbeeld | - | Hiermee kunt u ontvangen faxen bekijken op de LCD. | |
Fax Waarnemen | - | Hiermee worden faxen automatisch ontvangen wanneer u een oproep beantwoordt en de faxtoon hoort. | |
Act.Op Afst. | - | Hiermee kunt u oproepen op een tweede of extern toestel aannemen en codes gebruiken om de codes op afstand in- of uitschakelen. U kunt deze codes personaliseren. | |
Auto reductie | - | Verklein elke pagina van een inkomende fax zodanig dat hij op het papier past. Het apparaat berekent het verkleiningspercentage aan de hand van het paginaformaat van de fax en de opgegeven instelling van het papierformaat. | |
PC-Fax ontv. | - | Hiermee stelt u het apparaat in om faxen naar uw computer te verzenden. U kunt dan ook de beveiligingsfunctie Reserveafdruk inschakelen. | |
Geheugenontv. | Uit | - | |
Fax Doorzenden | Stel het apparaat in om faxberichten door te zenden of om binnenkomende faxen in het geheugen op te slaan, zodat u deze kunt opvragen wanneer u niet bij uw apparaat bent. Als u Fax doorzenden selecteert, kunt u de beveiligingsfunctie Reserveafdruk inschakelen. | ||
Fax Opslaan | |||
Doorsturen naar cloud (Naar cloud doorst.) | Hiermee stuurt u inkomende faxen door naar de internetservice. | ||
Doorzenden nr netwerk | Hiermee stuurt u inkomende faxen door naar een netwerkbestemming. | ||
Faxontvangststempel | - | Hiermee drukt u bovenaan ontvangen faxen de tijd en datum van ontvangst af. | |
Kies rapport | Verzendrapp. (Verz.rapport) | - | Hiermee selecteert u de begininstellingen voor het verzendrapport. |
Journaal tijd (Journaalper.) | - | Hiermee stelt u het interval in voor het automatisch afdrukken van het faxjournaal. Als u een andere optie dan Uit of Elke 50 faxen selecteert, kunt u de tijd voor de optie instellen. Als u Elke 7 dagen selecteert, kunt u de dag van de week instellen. | |
Fax afdrukken (Print fax) | - | - | Hiermee drukt u ontvangen faxen af die in het geheugen van het apparaat zijn opgeslagen. Na het afdrukken worden alle faxen uit het geheugen van het apparaat gewist. |
Afst.bediening | - | - | Hiermee stelt u uw eigen code voor afstandsbediening in. |
Kiesbeperking | Cijfertoetsen | - | Hiermee voorkomt u dat u per ongeluk een verkeerd nummer kiest of beperkt u het kiezen van nummers bij gebruik van de door u geselecteerde methode. |
Adresboek | - | ||
Snelk. | - | ||
LDAP-server | - | ||
Rest. jobs | - | - | Hiermee kunt u controleren welke geplande taken in het geheugen van het apparaat zijn opgeslagen en geselecteerde taken annuleren. |
Diversen | Beller ID | - | Hiermee kunt u de opgeslagen gegevens van de laatste 30 bellers bekijken of afdrukken. |
[Printer]

(MFC-J6975DW/MFC-J6977DW)
Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|
Emulatie | - | - | Hiermee selecteert u de emulatiemodus. |
Kwaliteit | - | - | Hiermee selecteert u de afdrukkwaliteit. |
Afdrukopties | Lijst met Lettretypen | HP LaserJet | Druk een lijst met de interne lettertypes van het apparaat af. |
BR-Script 3 | |||
Testafdruk | - | Hiermee drukt u een testpagina af. | |
Tweezijdig | 2-zijdige afdruk | - | Hiermee schakelt u 2-zijdig afdrukken in of uit en selecteert u lange zijde of korte zijde. |
Uitvoerkleur | - | - | Stel de uitvoerkleur in. |
Papiersoort | - | - | Hiermee stelt u de papiersoort in. |
Papierform. (Papierformaat) | - | - | Hiermee stelt u het papierformaat in. |
Orientatie (Oriëntatie) | - | - | Hiermee bepaalt u of u pagina's staand of liggend wilt afdrukken. |
Auto FF | - | - | Hiermee drukt het apparaat automatisch overblijvende gegevens af. |
HP LaserJet | Fontnr. | Fontnr. | Hiermee configureert u de HP LaserJet-modus. (Beschikbare opties zijn afhankelijk van de in het apparaat geïnstalleerde lettertypen.) |
Soft Font nr. | |||
Lettretypepitch | - | ||
Lettretypepunten | - | ||
Symbolenset | - | ||
Tabel afdrukken | - | ||
Auto LF | - | ||
Auto CR | - | ||
Auto WRAP | - | ||
Auto SKIP | - | ||
Linkerkantlijn | - | ||
Rechterkantlijn | - | ||
Bovenmarge | - | ||
Ondermarge | - | ||
Regels | - | ||
Opdracht lade | - | ||
BR-Script 3 | Print foutlijst | - | Kies of het apparaat de foutinformatie moet afdrukken wanneer de fout zich voordoet. |
PDF | Meer pag. afdr. | - | U kunt de paginalay-out instellen wanneer u meerdere pagina's afdrukt. |
PDF-afdrukopties | - | Hiermee stelt u in of er naast de tekst van het pdf-bestand opmerkingen of stempels moeten worden afgedrukt als u via pdf afdrukt. | |
PDF aanp. aan pag. | - | Hiermee selecteert u of het apparaat de pagina's in het pdf-bestand moet vergroten of verkleinen zodat ze op het geselecteerde papierformaat passen. | |
Printer resetten | - | - | Hiermee worden de apparaatinstellingen naar de fabrieksinstellingen teruggezet. |
[Netwerk]

Niveau 3 | Niveau 4 | Niveau 5 | Niveau 6 | Omschrijvingen |
|---|---|---|---|---|
LAN met kabel | TCP/IP | Opstartmethode | - | Selecteert de opstartmethode die het best aan uw eisen voldoet. |
IP-adres | - | Voer het IP-adres in. | ||
Subnetmasker | - | Voer het subnetmasker in. | ||
Gateway | - | Voer het adres van de gateway in. | ||
Knooppuntnaam | - | Voer de knooppuntnaam in. | ||
WINS-configuratie | - | Selecteert de WINS-configuratiemodus. | ||
WINS-server | - | Hiermee kunt u het IP-adres van de primaire of secundaire WINS-server opgeven. | ||
DNS-server | - | Hiermee kunt u het IP-adres van de primaire of secundaire DNS-server opgeven. | ||
APIPA | - | Hiermee stelt u het apparaat in om automatisch het IP-adres van het link-local-adresbereik toe te wijzen. | ||
IPv6 | - | Hiermee schakelt u het IPv6-protocol in of uit. | ||
Ethernet | - | - | Hiermee selecteert u de Ethernet-verbindingsmodus. | |
Status bedraad | - | - | Hiermee geeft u de status van het bedrade netwerk weer. | |
MAC-adres | - | - | Hiermee kunt u het MAC-adres van het apparaat weergeven. | |
Standaard (Standaard maken) | - | - | Hiermee worden de instellingen van het bedrade netwerk naar de fabrieksinstellingen teruggezet. | |
Bekabeld insch. | - | - | Hiermee schakelt u het bedrade LAN handmatig in of uit. | |
WLAN(Wi-Fi) | Wi-Fi-netwerk vinden | - | - | Configureer uw draadloze netwerkinstellingen handmatig. |
Support bij inst. | - | - | Hiermee configureert u de instellingen voor het draadloze netwerk met de informatie die op het LCD-scherm wordt weergegeven. | |
WPS/drukknop | - | - | U kunt uw draadloze netwerkinstellingen eenvoudig configureren met één druk op de knop. | |
WPS/pincode | - | - | U kunt uw draadloze netwerkinstellingen eenvoudig configureren met WPS en een pincode. | |
WLAN herstellen | - | - | Reset en herstart uw draadloos netwerk. | |
Status WLAN | Status | - | Hiermee geeft u de status van het huidige draadloze netwerk weer. | |
Signaal | - | Hiermee kunt u de signaalsterkte van het huidige netwerk weergeven. | ||
SSID | - | Hiermee geeft u de huidige SSID weer. | ||
Comm. Modus | - | Hiermee geeft u de huidige communicatiemodus weer. | ||
TCP/IP | Opstartmethode | - | Selecteert de opstartmethode die het best aan uw eisen voldoet. | |
IP-adres | - | Voer het IP-adres in. | ||
Subnetmasker | - | Voer het subnetmasker in. | ||
Gateway | - | Voer het adres van de gateway in. | ||
Knooppuntnaam | - | Voer de knooppuntnaam in. | ||
WINS-configuratie | - | Selecteert de WINS-configuratiemodus. | ||
WINS-server | - | Hiermee kunt u het IP-adres van de primaire of secundaire WINS-server opgeven. | ||
DNS-server | - | Hiermee kunt u het IP-adres van de primaire of secundaire DNS-server opgeven. | ||
APIPA | - | Hiermee stelt u het apparaat in om automatisch het IP-adres van het link-local-adresbereik toe te wijzen. | ||
IPv6 | - | Hiermee schakelt u het IPv6-protocol in of uit. | ||
MAC-adres | - | - | Hiermee kunt u het MAC-adres van het apparaat weergeven. | |
Standaard (Standaard maken) | - | - | Hiermee worden de instellingen van het draadloze netwerk naar de fabrieksinstellingen teruggezet. | |
WLAN insch. (WLAN activeren) | - | - | Hiermee schakelt u de draadloze netwerkverbinding in of uit. | |
Wi-Fi Direct | Handmatig | - | - | Hiermee configureert u handmatig uw Wi-Fi Direct-netwerkinstellingen. |
Groepseigenaar | - | - | Stel uw apparaat als de Groepseigenaar in. | |
Drukknop | - | - | Hiermee configureert u uw Wi-Fi Direct-netwerkinstellingen met de drukknopmethode. | |
Pincode | - | - | Hiermee kunt u uw Wi-Fi Direct-netwerkinstellingen configureren met WPS en een pincode. | |
Apparaatgegevens | Apparaatnaam | - | Hiermee wordt de apparaatnaam van uw apparaat weergegeven. | |
SSID | - | Hiermee kunt u de SSID van de groepseigenaar weergeven. Wanneer het apparaat niet verbonden is, wordt Niet verbonden op het LCD-scherm weergegeven. | ||
IP-adres | - | Hiermee kunt u het huidige IP-adres van uw apparaat weergeven. | ||
Statusinformatie | Status | - | Hiermee geeft u de status van het huidige Wi-Fi Direct-netwerk weer. | |
Signaal | - | Hiermee kunt u de signaalsterkte van het huidige WiFi Direct-netwerk nagaan. Wanneer uw apparaat als Groepseigenaar handelt, geeft de LCD altijd een sterk signaal aan. | ||
Interf. insch. | - | - | Hiermee schakelt u de Wi-Fi Direct-verbinding in of uit. | |
NFC (MFC-J6975DW/MFC-J6977DW) | - | - | - | Hiermee schakelt u NFC-functie in of uit. |
E-mail/IFAX | E-mailadres | - | - | Hiermee voert u het e-mailadres in. (maximaal 60 tekens) |
Server inst. (Serverinstell.) | SMTP | Server | Voer de SMTP-servernaam en -adres in. | |
Poort | Voer het SMTP-poortnummer in. | |||
Aut. voor SMTP | Selecteer hier de beveiligingsmethode voor e-mailmeldingen. | |||
SSL/TLS | Hiermee kunt u een e-mail verzenden of ontvangen via een e-mailserver waarvoor beveiligde SSL-/TLS-communicatie vereist is. | |||
Certificaat verifiëren (Certificaat controleren) | Controleer het SMTP-servercertificaat automatisch. | |||
POP3/IMAP4 | Protocol | Hiermee selecteert u het protocol voor het ontvangen van e-mailberichten van de server. | ||
Server | Voer de servernaam en -adres in. | |||
Poort | Voer hier het poortnummer in. | |||
Postvaknaam | Hiermee voert u de naam van het postvak in. (maximaal 60 tekens) | |||
Wachtwoord postvak (Wachtw. postbus) | Hiermee voert u het wachtwoord in om in te loggen op de server. (maximaal 128 tekens) | |||
Map selecteren (Selecteer map) | Hiermee selecteert u de opgegeven map in het postvak met het IMAP4-protocol. | |||
SSL/TLS | Hiermee kunt u een e-mail verzenden of ontvangen via een e-mailserver waarvoor beveiligde SSL-/TLS-communicatie vereist is. | |||
Certificaat verifiëren (Certificaat controleren) | Hiermee controleert u het servercertificaat automatisch. | |||
Ver. voor POP3/IMAP4 | Selecteer hier de beveiligingsmethode voor e-mailmeldingen. | |||
E-mail RX instellen | Autom. polling | Autom. polling | Hiermee controleert u de server automatisch op nieuwe berichten. | |
Opvraagfrequentie | Hiermee stelt u het interval voor het controleren van nieuwe berichten op de server in. | |||
Koptekst | - | Hiermee selecteert u de inhoud van de kopregel die wordt afgedrukt. | ||
Fout mail verw./lezen (Foutmail verw./lezen) | - | Hiermee stelt u het apparaat in om foutberichten automatisch te verwijderen. | ||
Melding (Notification) | - | Hiermee ontvangt u waarschuwingsberichten. | ||
E-mail TX instellen | Groottebeperk. | Groottebeperk. | Beperkt de grootte van e-maildocumenten. | |
Max.grootte (MB) | ||||
Melding | - | Hiermee verzendt u waarschuwingsberichten. | ||
Relayeren instellen | Groepsverz. | - | Hiermee relayeert u een document naar een ander faxapparaat. | |
Groepsdomein | - | Hiermee registreert u de domeinnaam. | ||
Groepsrapport | - | Hiermee drukt u een Groepsverzendingsrapport af. | ||
Handmatig ontvangen | - | - | Hiermee controleert u de POP3- of IMAP4-server automatisch op nieuwe berichten. | |
Bericht van Brother | Bericht van Brother | - | - | Hiermee kunt u berichten en meldingen van Brother weergeven. |
Status | - | - | ||
Web Connect-instellingen (Web Connect- instellingen) | Proxy-instell. | Proxy-verbinding | - | Hiermee wijzigt u de webinstellingen. |
Adres | - | |||
Poort | - | |||
Gebruikersnaam | - | |||
Wachtwoord | - | |||
Webgebaseerd beheer | - | - | - | Hiermee schakelt u Beheer via een webbrowser in en uit. Als u deze functie inschakelt, moet u ook aangeven dat de verbindingsmethode gebruik moet maken van Beheer via een webbrowser. |
IPsec | - | - | - | IPsec is een optionele beveiligingsfunctie van het IP-protocol dat verificatie- en versleutelingsservices voorziet. We raden u aan om contact op te nemen met uw netwerkbeheerder voordat u deze instelling wijzigt. |
IP-filter | - | - | - | Hiermee beperkt u de toegang tot uw apparaat door het IP-filter in te schakelen. |
GlobalNW dtct. | Detectie toestaan | - | - | Hiermee schakelt u Wereldwijde detectie in en uit. Dit is een functie die onbedoelde verbinding met een wereldwijd netwerk detecteert en de gebruiker daarover informeert. |
Toegang afwijzen | - | - | Hiermee schakelt u verbindingen met het wereldwijde netwerk uit. | |
Netw. resetten | - | - | - | Herstel de netwerkinstellingen van het apparaat naar de fabrieksinstellingen, behalve het beheerderwachtwoord. |
[Print lijsten]

Niveau 3 | Omschrijvingen |
|---|---|
Verzendrapport | Hiermee drukt u een verzendrapport af van de laatste transmissie. |
Adresboek | Hiermee drukt u een lijst met ontvangers af die in het adresboek zijn opgeslagen. |
Fax Journaal (Faxjournaal) | Hiermee drukt u een lijst af met informatie over de laatste 200 ontvangen en verzonden faxen. (TX betekent verzonden. RX betekent ontvangen.) |
Gebruikersinst | Hiermee drukt u een lijst af met uw gebruikersinstellingen. |
Netwerkconfiguratie | Hiermee drukt u een lijst af met uw netwerkinstellingen. |
Bestandsl. afdr. (MFC-J6975DW/MFC-J6977DW) | Hiermee drukt u een lijst af met de gegevens die zijn opgeslagen in het geheugen van het apparaat. |
WLAN-rapport | Hiermee drukt u de resultaten van de draadloze LAN-verbinding af. |
Overzicht beller-ID | Hiermee drukt u een lijst af met de beschikbare informatie over nummerweergave (beller-ID's) van de 30 laatst ontvangen faxen en telefoongesprekken. |
[Machine-info]

Niveau 3 | Niveau 4 | Omschrijvingen |
|---|---|---|
Serienummer | - | Hiermee controleert u het serienummer van uw apparaat. |
Firmware-versie | Hoofdversie | Hiermee controleert u de firmwareversie van uw apparaat. |
Beveiligingsversie | ||
Firmware bijwerken (Firmware-update) | - | Hiermee werkt u het apparaat bij met de meest recente firmware. |
Firmware-update instellen | - | Hiermee stelt u de dagen en tijden in voor automatische firmware-updates. |
Paginateller | - | Hiermee controleert u het totale aantal pagina's dat het apparaat heeft afgedrukt. |
[Stand.instel.]

Niveau 3 | Niveau 4 | Omschrijvingen |
|---|---|---|
Datum en tijd (Datum & Tijd) | Datum | Hiermee kunt u de datum en de tijd instellen die op het scherm en in de kopteksten van de verzonden faxen worden weergegeven. |
Tijd | ||
Aut. zomertijd | Hiermee stelt u het apparaat in voor automatische aanpassing aan de zomer-/wintertijd. | |
Tijdzone | Hiermee stelt u uw tijdzone in. | |
Stations-ID | Fax | Hiermee kunt u opgeven welke naam en welk faxnummer moeten worden afgedrukt op elke pagina die u faxt. |
Naam | ||
Toon/Puls (Alleen voor sommige landen beschikbaar.) | - | Selecteer de kiesmodus. |
Fax autom. herk. (Fax automatisch herkiezen) | - | Hiermee kunt u het apparaat instellen om het laatste faxnummer opnieuw te kiezen als de fax niet kon worden verzonden omdat de lijn bezet was. Als de lijn bezet is bij het verzenden van een automatische fax , wordt het nummer maximaal drie keer opnieuw gekozen met een interval van vijf minuten. |
Kiestoon | - | Hiermee verkort u de tijd tot de kiestoon wordt waargenomen. |
Tel lijn inst | - | Hiermee selecteert u het type telefoonlijn. |
Compatibel | - | Hiermee past u de synchronisatie aan bij verzendproblemen. VoIP-providers bieden faxondersteuning middels verschillende standaards. Als u regelmatig transmissiefouten ondervindt, selecteert u Minimaal (voor VoIP). |
Reset | Apparaat resetten | Herstel alle apparaatinstellingen die u hebt gewijzigd, zoals datum en tijd. |
Netwerk | Herstel de netwerkinstellingen van het apparaat naar de fabrieksinstellingen, behalve het beheerderwachtwoord. | |
Adresboek en fax | Hiermee verwijdert u alle opgeslagen telefoonnummers, faxgegevens en faxinstellingen. | |
Opgeslagen faxdata | Hiermee wist u alle opgeslagen faxgegevens en de faxgeschiedenis. | |
Alle instellingen | Herstel alle instellingen van het apparaat naar de fabrieksinstellingen. | |
Taalkeuze (Alleen voor sommige landen beschikbaar.) | - | Hiermee wijzigt u de taal op uw LCD-scherm. |





