Home > Software installeren > De printer verbinden met een computer of mobiel apparaat > Verbinding maken met Wi-Fi
Verbinding maken met Wi-Fi
U kunt gebruikmaken van de volgende Wi-Fi-verbindingsmethoden:
Een Wi-Fi-router/toegangspunt gebruiken (infrastructuurmodus)
In de infrastructuurmodus kunt u een verbinding tussen een printer en een computer of mobiel apparaat tot stand brengen via een Wi-Fi-router/toegangspunt.
Voor u begint
Om te beginnen moet u de Wi-Fi-instellingen op de printer configureren voor communicatie met de Wi-Fi-router/het toegangspunt. Het configureren van de printer maakt de printer toegankelijk voor computers en mobiele apparaten op het netwerk.
- Voordat u de printer met het netwerk verbindt, moet u contact opnemen met uw systeembeheerder voor de Wi-Fi-netwerkinstellingen.
- Reset de Wi-Fi-instellingen van de printer als u de instellingen opnieuw wilt configureren of als de status van de Wi-Fi-verbinding van de printer niet bekend is.
- Houd de knop
(Doorvoeren) / OK en de
(aan-/uitknop) ongeveer vijf seconden ingedrukt. Het LED-lampje gaat groen knipperen. - Houd de
(aan-/uitknop) ingedrukt en druk tweemaal op de knop
(Doorvoeren) / OK. - Laat de
(aan-/uitknop) los.
- Plaats de printer voor optimale afdrukresultaten zo dicht mogelijk bij de Wi-Fi-router/het toegangspunt, met zo weinig mogelijk obstakels. Grote objecten en muren tussen beide apparaten en storingen door andere elektronische apparaten kunnen van invloed zijn op de snelheid van de gegevensoverdracht.
De printer verbinden met de Wi-Fi-router/het toegangspunt
- Noteer eerst de SSID (netwerknaam) en het wachtwoord (netwerksleutel) van uw Wi-Fi router/toegangspunt.
- Gebruik een USB-kabel om de printer met de computer te verbinden.
- Druk op de printer op de knop Menu /
(Selecteren) om het menu [WLAN] te selecteren en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK om [Aan/Uit] in te stellen op [Aan]. - U kunt de Infrastructuurmodus van de printer configureren met behulp van een van de onderstaande methoden.
- Het LCD-scherm van de printer en een Windows-computer gebruiken:
- Druk op de knop Menu /
(Selecteren) om het menu [WLAN] te selecteren en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK. - Druk op de knop Menu /
(Selecteren) om het menu [Modus] te selecteren en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK. - Selecteer de optie [Infrastructuur] en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK. - Start BRConfiguration Tool op de computer en klik op de optie Apparaatinstellingen bewerken.
- Selecteer het menu Communicatie-instellingen en ga vervolgens naar het tabblad Draadloos LAN.
- Vul de SSID in die u hebt genoteerd of klik op Zoeken en selecteer de SSID in de lijst die wordt weergegeven.
- Met een Windows-computer:
- Start BRConfiguration Tool op de computer en klik op de optie Apparaatinstellingen bewerken.
- Selecteer het menu Communicatie-instellingen, ga naar het tabblad Draadloos LAN en selecteer de optie Infrastructuur uit de vervolgkeuzelijst Geselecteerde interface.
- Vul de SSID in die u hebt genoteerd of klik op Zoeken en selecteer de SSID in de lijst die wordt weergegeven.
- Voer het wachtwoord in als Passphrase.
- OPMERKING
- Welke informatie tijdens dit proces nodig is, hangt af van de verificatiemethode en de encryptiemodus.
- Klik op Toepassen.Als de verbinding tussen de printer en de Wi-Fi-router/het toegangspunt tot stand is gebracht, wordt het pictogram
(Wi‑Fi) op het LCD-scherm van de printer weergegeven. Computers en mobiele apparaten die verbonden zijn met hetzelfde netwerk als de printer hebben nu toegang tot de printer.
Als u andere netwerkinstellingen wilt wijzigen, gebruikt u daarvoor de BRConfiguration Tool.
Een Wi-Fi-router/toegangspunt gebruiken (WirelessDirect)
Met WirelessDirect kunt u een verbinding tussen een printer en een computer of mobiel apparaat rechtstreeks tot stand brengen, zonder een Wi‑Fi-router/toegangspunt. De printer fungeert dan als Wi-Fi-toegangspunt.
- Controleer de Wireless Direct-instellingen van de printer.
- Vanuit het LCD-menu:
- Druk op de knop Menu /
(Selecteren) om het menu [WLAN] te selecteren en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK. - Druk op de knop Menu /
(Selecteren) om het menu [Modus] te selecteren en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK. - Selecteer [Direct] en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK.
- Met een Windows-computer:
- Gebruik een USB-kabel om de printer met de computer te verbinden.
- Start BRConfiguration Tool op uw computer, klik op de optie Apparaatinstellingen bewerken en ga naar het menu Communicatie-instellingen.
- Controleer of Wireless Direct is geselecteerd bij Netwerkmodus op het tabblad Draadloos LAN.
- Druk op de printer op de knop Menu /
(Selecteren) om het menu [WLAN] te selecteren en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK. Stel [Aan/Uit] in op [Aan]. Het pictogram WirelessDirect verschijnt op het LCD-scherm. - Selecteer op de computer of het mobiele apparaat de SSID van de printer ("DIRECT*****_RJ-3255WB" of "DIRECT*****_RJ-4255WB"). Voer indien nodig het wachtwoord in (het wachtwoord vindt u op de onderkant van het apparaat en is gemarkeerd met "WDP".).
- OPMERKING
-
- "DIRECT*****_RJ-", waarbij ***** staat voor de laatste vijf cijfers van het serienummer van de printer.
- WDP (Wired Direct Password) en het serienummer bevinden zich op de onderkant van de printer. Meer informatie

Gerelateerde onderwerpen - Wijzig de netwerkinstellingen van de printer in BRConfiguration Tool.
- Met BRConfiguration Tool kunt u de netwerkinstellingen ook toewijzen aan meerdere printers.
- Als U WirelessDirect hebt ingeschakeld, kunt u geen verbinding maken met internet via Wi‑Fi. Als u internet wilt gebruiken, moet u verbinding maken via een Wi-Fi-router/toegangspunt (infrastructuurmodus).
- Het verdient aanbeveling een nieuw Wireless Direct-wachtwoord in te stellen met BRConfiguration Tool om ongeautoriseerde toegang tot de printer te voorkomen.
De infrastructuurmodus en WirelessDirect samen gebruiken
- Stel de printer in op de infrastructuurmodus en WirelessDirect.
- Vanuit het LCD-menu:
- Druk op de knop Menu /
(Selecteren) om het menu [WLAN] te selecteren en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK. - Druk op de knop Menu /
(Selecteren) om het menu [Modus] te selecteren en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK. - Selecteer [Direct/Infra] en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK.
- Met een Windows-computer:
- Start BRConfiguration Tool op de computer en klik op de optie Apparaatinstellingen bewerken.
- Selecteer het menu Communicatie-instellingen en ga naar het tabblad Draadloos LAN.
- Controleer of de optie Infrastructuur/Wireless Direct is geselecteerd bij de instelling Netwerkmodus.
WPS (Wi-Fi Protected Setup™) gebruiken
- Controleer om te beginnen of uw Wi-Fi-router/toegangspunt het WPS-symbool heeft.

- Plaats de printer binnen het bereik van de Wi-Fi-router/het toegangspunt.Het bereik varieert naargelang de omgeving. Raadpleeg de instructies bij uw Wi-Fi-router/toegangspunt.
- Druk op de Wi-Fi-router/het toegangspunt op de WPS-knop.
- Druk op de printer op de knop Menu /
(Selecteren) om het menu [WLAN] te selecteren en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK. - Druk op de knop Menu /
(Selecteren) om het menu [WPS] te selecteren en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK. - Selecteer het menu [Knop drukken] of [Pincode]en druk vervolgens op de knop
(Doorvoeren) / OK. Raadpleeg voor meer informatie de instructies bij de Wi-Fi-router/het toegangspunt. Wanneer de verbinding tot stand is gebracht, wordt het WLAN-pictogram op het LCD-scherm van de printer weergegeven. Computers en mobiele apparaten die verbonden zijn met hetzelfde netwerk als de printer hebben nu toegang tot de printer.
- De printer zal gedurende 2 minuten proberen een verbinding tot stand te brengen met behulp van WPS. Als u binnen die twee minuten op de knop Menu /
(Selecteren) drukt, zal de printer de pogingen om een verbinding tot stand te brengen nog eens twee minuten voortzetten. - Als de computer of het mobiele apparaat verificatie via een pincode ondersteunt, selecteert u [Pincode] voor een betere beveiliging.
Was deze pagina behulpzaam?



