
| • | In een kleiner netwerk van twee of drie computers bevelen wij de peer-to-peer afdrukmethode aan, omdat peer-to-peer makkelijker is te configureren dan de op het netwerk gedeelde methode. (Zie Op een netwerk gedeelde printer.) |
| • | Elke computer dient het TCP/IP-protocol te gebruiken. |
| • | Voor de machine van Brother moet een geschikt IP-adres worden geconfigureerd. |
| • | Als u een router gebruikt, moet het gateway-adres worden geconfigureerd op zowel de computers als de machine van Brother. |

| 1. | Client-computer |
| 2. | Ook wel “server” of “afdrukserver” genoemd |
| 3. | TCP/IP of USB (indien beschikbaar) |
| 4. | Netwerkprinter (uw machine) |