Home > Toepassingsinstellingen > Instellingen voor apparaatdetectie configureren
Instellingen voor apparaatdetectie configureren
- Klik op
om het venster Toepassingsinstellingen te openen. - Klik op het menu Apparaat ontdekking in het linker venster.

- Om te zoeken naar alle apparaten op een LAN of een subnet, selecteert u het selectievakje IP-broadcast: onder Netwerk:.Voer een van de volgende handelingen uit:
Klik op
om een broadcast-adres toe te voegen. Voer een broadcast-adres in en klik vervolgens op OK.
Klik op
om een broadcast-adres te bewerken. Bewerk het broadcast-adres en klik vervolgens op OK.
- Klik op
om het broadcast-adres dat u niet langer nodig hebt te verwijderen.
- Om te zoeken naar apparaten met specifieke IP-adressen, selecteert u het selectievakje IP-unicast: onder Netwerk:.Voer een van de volgende handelingen uit:
Klik op
om IP-adressen toe te voegen. Voer een van de volgende handelingen uit:
Klik op Opgegeven adres: om een IP-adres op te geven.
Tik een IP-adres in en klik vervolgens op OK.
Klik op Adresbereik: om een IP-adresbereik op te geven.
Tik een IP-adresbereik in en klik vervolgens op OK.
Klik op Adreslijst importeren: om meerdere IP-adressen of IP-adresbereiken op te geven door het importeren van een TXT-bestand.
Voer het bestandspad in of klik op Bladeren om het vereiste TXT-bestand te zoeken en klik vervolgens op OK.
Klik op
om IP-adressen te bewerken. Bewerk het vereiste IP-adres en klik vervolgens op OK.
- Klik op
om de IP-adressen die u niet langer nodig hebt te verwijderen.
- Om te zoeken naar via USB-verbonden apparaten, selecteert u het selectievakje USB onder USB:.
- Klik op OK om de instellingen op te slaan en het venster Toepassingsinstellingen te sluiten.



