QL-1100/1100c

Veelgestelde vragen en probleemoplossing

Veelgestelde vragen en probleemoplossing

Apparaatinstellingen gebruiken (voor Windows)

Volg de onderstaande stappen als u Apparaatinstellingen wilt gebruiken:

 

  1. Open Printer Setting Tool.
    Zie 'Werken met Printer Setting Tool (voor Windows)'.
     
  2. Selecteer [Apparaatinstellingen].
    Het venster Apparaatinstellingen wordt weergegeven.
     
  3. Geef de gewenste instellingen op of wijzig de instellingen.
    Zie hieronder voor meer informatie.

    Het dialoogvenster voor instellingen

    Menubalk

    Tabblad Basic (Basis)

    Tabblad Advanced (Geavanceerd)

    Tabblad Beheerinstelling

    Gewijzigde instellingen toepassen op meerdere printers

     

    Het dialoogvenster voor instellingen

    Instellingen apparaat

    1. Menubalk
      De opdrachten staan per functie ingedeeld onder elk menu (Bestand, Onderhoud en Over (H)).
       
    2. Printer
      De printer die u wilt configureren.
       
    3. Tabbladen voor instellingen
      Instellingen die kunnen worden opgegeven of gewijzigd.

      Als Pictogram voor niet beschikbare instelling wordt weergegeven op een tabblad, kunnen de instellingen op dat tabblad niet worden gewijzigd. Bovendien worden de instellingen op dat tabblad niet toegepast op de printer, ook al klikt u op [Toepassen]. Ook worden de instellingen op het tabblad niet opgeslagen of geëxporteerd bij het geven van de opdracht [Opslaan in opdrachtbestand] of [Exporteren].

    4. Current Settings (Huidige instellingen)
      Hiermee worden de huidige instellingen van de aangesloten printer opgehaald en weergegeven in het dialoogvenster.  De instellingen worden ook opgehaald voor parameters op tabbladen met Pictogram voor niet beschikbare instelling.
       
    5. Deze instellingen uitschakelen
      Als u dit selectievakje inschakelt, wordt Pictogram voor niet beschikbare instelling weergegeven op het tabblad en kunnen geen instellingen meer worden opgegeven of gewijzigd.
      De instellingen op een tabblad waarop Pictogram voor niet beschikbare instelling wordt weergegeven, worden niet toegepast op de printer, zelfs niet als u op [Toepassen] klikt.  Ook worden de instellingen op het tabblad niet opgeslagen of geëxporteerd bij het geven van de opdracht [Opslaan in opdrachtbestand] of [Exporteren].
       
    6. Voedingsinstellingen
      Weergave van de huidige instellingen.
       
    7. Exit (Sluiten)
      Het venster [Apparaatinstellingen] wordt gesloten. U keert terug naar het hoofdvenster van 'Printer Setting Tool'.
       
    8. Apply (Toepassen)
      De instellingen naar de printer sturen.
      Als u de opgegeven instellingen wilt opslaan in een opdrachtbestand, selecteer dan [Opslaan in opdrachtbestand] in de keuzelijst.
      Het opgeslagen opdrachtbestand kan in de massaopslagmodus worden gebruikt om de instellingen op een printer toe te passen (alleen QL-1110NWB).
     
    Menubalk

    Menubalk

    1. Instellingen op printer toepassen
      De instellingen naar de printer sturen.
       
    2. Instelling controleren
      Weergave van de huidige instellingen.
       
    3. Instellingen opslaan in opdrachtbestand
      De opgegeven instellingen opslaan in een opdrachtbestand.
       
    4. Importeren
      Een geëxporteerd bestand importeren.
       
    5. Exporteren
      De huidige instellingen opslaan in een bestand.
       
    6. Print Unit Settings (Apparaatinstellingen afdrukken)
      Hiermee drukt u een rapport af met de huidige firmwareversie en informatie over de instellingen van het apparaat.
      U kunt dit rapport ook afdrukken met de snijknop ( Mes ).
      Zie 'Kan ik de printerinstellingen afdrukken?'

    7. Factory Reset (Fabrieksinstellingen)
      Hiermee haalt u de fabrieksinstellingen terug voor alle apparaatinstellingen, overgedragen sjablonen en databases, en netwerkinstellingen (alleen QL-1110NWB).
       
    8. Alleen apparaatinstellingen resetten
      Hiermee haalt u de fabrieksinstellingen terug voor de apparaatinstellingen op het tabblad Normaal, het tabblad Geavanceerd en het tabblad Beheerinstelling.
       
    9. Sjabloon en database verwijderen
      Hiermee verwijdert u alle sjablonen en databases die in de printer zijn opgeslagen.
       
    10. Optie-instellingen
      Als u het selectievakje [Geen foutbericht weergeven als de huidige instellingen bij het opstarten niet kunnen worden opgehaald.] inschakelt, wordt een volgende keer geen foutmelding weergegeven.
       
    11. Over
      Geeft de versie-informatie weer.
       

    Tabblad Basic (Basis)

    Apparaatinstellingen - Basis

     

    1. Auto Power On (Auto Voeding Aan)
      Hiermee bepaalt u of de printer al dan niet automatisch wordt ingeschakeld wanneer de stekker in het stopcontact wordt gestoken.
      Mogelijke instellingen: [On] (Aan), [Off] (Uit)
       
    2. Auto. Uitschakelen
      Instelling voor de duur van inactiviteit voordat de printer automatisch wordt uitgeschakeld indien aangesloten op een netadapter.
      Beschikbare instellingen: [Geen], 1/2/4/8/12 uur

      [Auto Voeding uit] is uitgeschakeld bij gebruik van een draadloos netwerk, vast netwerk of Bluetooth-verbinding (alleen QL-1110NWB).


    Tabblad Advanced (Geavanceerd)

    Apparaatinstellingen - Geavanceerd

     

    1. Print Data after Printing (Afdrukgegevens na te zijn afgedrukt)
      Geef aan of de afdrukgegevens na het afdrukken automatisch moeten worden verwijderd.
      Mogelijke instellingen: [Keep Print Data] (Afdrukgegevens opslaan), [Erase All Print Data] (Alle afdrukgegevens wissen)
       
    2. Informatierapport printer
      Hiermee bepaalt u welke informatie het rapport moet bevatten.
      Mogelijke instellingen: [All] (Alles), [Usage Log] (Verbruikslog), [Printer Settings] (Printerinstellingen), [Printer Transfer Data] (Overdrachtsgegevens printer)
       
    3. Automatisch snijden
      Hiermee bepaalt u de snijmethode als er meerdere labels worden afgedrukt.
      Mogelijke instellingen: [Uit], [Auto Snijden], [Snijden einde] (Alleen de labels die volledig zijn afgedrukt worden afgesneden als er meerdere labels worden afgedrukt.)
       
    4. Serialis.modus
      Geef aan hoe u de afgedrukte labels wilt serialiseren (nummeren).
      Mogelijke instellingen: [Vanaf laatste] (selecteer deze optie als u het serialiseren wilt starten vanaf het laatst afgedrukte nummer), [Van start.] (selecteer deze optie als het serialiseren telkens vanaf het standaardnummer moet worden uitgevoerd).

     

    Tabblad Beheerinstelling

    Apparaatinstellingen - Beheerinstelling

    U moet toegang als beheerder van de computer of de printer hebben om dit tabblad weer te geven.
    U kunt controleren of u over beheerdersrechten voor de printer beschikt door te klikken op [Eigenschappen van printer] en vervolgens te klikken op het tabblad [Beveiliging].
    1. Command Mode (Opdrachtmodus)
      Het type opdrachtmodus selecteren.
      Mogelijke instellingen: [Raster], [ESC/P], [P-touch Template]
       
    2. Vliegtuigstand (alleen QL-1110NWB)
      Hiermee kunt u de Bluetooth- of Wi-Fi-interface uitschakelen. Deze functie is handig als u de printer gebruikt op locaties waar signaaloverdracht niet is toegestaan.

     

    Gewijzigde instellingen toepassen op meerdere printers
    1. Nadat u instellingen hebt toegepast op de eerste printer, maakt u de printer los van de computer en sluit u de tweede printer aan op de computer.
       
    2. Selecteer de pas aangesloten printer in de keuzelijst [Printer].
       
    3. Klik op [Toepassen].
      Op de tweede printer worden nu dezelfde instellingen toegepast als op de eerste printer.
       
    4. Herhaal stap 1 - 3 voor alle printers waarvan u de instellingen wilt wijzigen.
      Als u de instellingen als bestand wilt opslaan, klikt u op [Bestand] - [Exporteren].
      U kunt dezelfde instellingen toepassen op een andere printer door op [Bestand] - [Importeren] te klikken en het geëxporteerde instellingenbestand te selecteren.

Staat het antwoord op uw vraag er niet bij, kijkt u dan eerst bij de andere vragen:

Heeft u de beschikbare handleidingen bekeken?

Heeft u meer hulp nodig, dan kunt u contact opnemen met de Brother-klantenservice.

Verwante modellen

QL-1100/1100c, QL-1110NWB/1110NWBc

Feedback

Geef hieronder uw feedback. Aan de hand daarvan kunnen wij onze ondersteuning verder verbeteren.

Stap 1: is de informatie op deze pagina nuttig voor u?

Stap 2: wilt u nog iets toevoegen?

Dit formulier is alleen bedoeld voor feedback.