| 1 | Controleer welke netwerkomgeving u hebt. Zie Controleren welke netwerkomgeving u hebt.
| ||||||||||||
| 2 | Controleer welke installatiemethode voor draadloze netwerkomgeving u hebt. Zie Controleer welke installatiemethode voor draadloze netwerkomgeving u hebt.
| ||||||||||||
| 3 | Configureer de machine voor een draadloos netwerk. Zie De machine voor een draadloos netwerk configureren.
| ||||||||||||