We gaan nu de borduureigenschappen instellen voor de verschillende gedeelten van de omtrek om het borduurpatroon te maken.

| |||
: | Klik op deze knop om borduureigenschappen toe te passen op de gehele omtrek. | ||
| |||
: | Klik op deze knop om borduureigenschappen toe te passen op een gedeelte van de omtrek. |
Als u het steektype voor het gebied wilt opgeven, klikt u op [Gebied] in de groep [Functies].

U kunt borduureigenschappen niet toepassen op een gebied als het gebied niet geheel is omsloten door een omtrek in het Lijnen bewerken.
.
of
gebruikt, klikt u op de omtrek waarop u de borduureigenschappen wilt toepassen.


gebruikt, klikt u op het gebied waarop u de borduureigenschappen wilt toepassen.


Als u de borduureigenschappen wilt wijzigen, herhaalt u stap 2 tot en met 7.

U kunt borduureigenschappen voor gebieden niet toepassen op open gebieden (gebieden die niet volledig worden omsloten door een omtreklijn), zoals in onderstaande illustratie.

Als u geen eigenschappen op een gebied kunt toepassen, keert u terug naar het Lijnen bewerken en zorgt u dat het gebied volledig wordt omsloten. Bewerk eventuele veelhoeklijnen met de functie Punt bewerken.
Werken met het Referentievenster
Hiermee kunt u kleuren selecteren terwijl u de kleuren in de oorspronkelijke afbeelding controleert.

De afbeelding die was geopend in het origineel-beeldstadium verschijnt.

Als u op [Referentie] hebt geklikt, klikt u op [Origineel].