MFC-J5620DW

Veelgestelde vragen en probleemoplossing

Veelgestelde vragen en probleemoplossing

De functie Scannen naar netwerk configureren en gebruiken (voor Windows)

Scannen naar netwerk is een functie die het mogelijk maakt om documenten rechtstreeks te scannen naar een gedeelde map op een CIFS-server in uw lokale netwerk of op internet. De gegevens die voor het gebruik van Scannen naar netwerk nodig zijn, kunt u invoeren met het beheer via een webbrowser en opslaan in een apart scanprofiel.

Klik op de koppeling voor de precieze stappen:
 

 

Scannen naar netwerk is pas beschikbaar nadat u hiervoor een scanprofiel hebt geconfigureerd.
 

 

Scanprofielen configureren voor de functie Scannen naar netwerk:

 

  1. Druk het netwerkconfiguratierapport af om het IP-adres van het Brother-apparaat te achterhalen. (Klik hier om weer te geven hoe u het netwerkconfiguratierapport afdrukt.)
  2. Open beheer via een webbrowser op een computer die deel uitmaakt van hetzelfde netwerk als het Brother-apparaat. Als u beheer via een webbrowser wilt gebruiken, opent u een webbrowser (Internet Explorer bijvoorbeeld) en voert u het IP-adres van het Brother-apparaat in, zoals u dit hebt gevonden in het netwerkconfiguratierapport. (Bijvoorbeeld http://[IP-adres van uw apparaat]
    Als u een wachtwoord hebt geconfigureerd voor de netwerkkaart van uw apparaat, moet u eerst het netwerkwachtwoord invoeren in het veld Log in boven in het scherm en vervolgens op afbeelding drukken. Standaard is er is er GEEN wachtwoord ingesteld voor de netwerkkaart van het Brother-apparaat.

    afbeelding
     
  3. Klik op Scan.
  4. Klik op het menu Scannen naar FTP/netwerk in de navigatiebalk aan de linkerkant.
  5. Kies de optie Netwerk voor het profiel dat u wilt gebruiken voor Scannen naar netwerk.
  6. Onder Maak een door de gebruiker gedefinieerde bestandsnaam aan kunt u een bestandsnaam invoeren die het eerste deel moet worden van de bestandsnaam van uw gescande documenten. U kunt twee eigen bestandsnamen opslaan naast de zeven voorgedefinieerde bestandsnamen.
    U kunt maximaal 15 tekens invoeren. Wanneer u een veld verwijdert dat in gebruik is, wordt dit automatisch gewijzigd in 'Knooppuntnaam'.
    Gebruik geen ongeschikte tekens in de bestandsnaam (bijvoorbeeld ?, /, \ of *).
     
  7. Klik op Indienen wanneer u alle wijzigingen hebt opgegeven.
  8. Klik op het menu Scannen naar FTP/netwerk in de navigatiebalk aan de linkerkant.
  9. Klik op de Profielnaam die u wilt configureren en wijzig de instellingen voor het scannen naar het netwerk.
  10. Voer de volgende informatie in:

    Profielnaam:
    Typ een naam voor dit serverprofiel (maximaal 15 alfanumerieke tekens). Het apparaat laat deze naam zien op het display.

    Hostadres:
    Typ het hostadres (bijvoorbeeld mijnpc.voorbeeld.com; max. 64 tekens) of het IP-adres van de CIFS-server (bijvoorbeeld 192.23.56.189).

    Opslagmap:
    Typ het pad (max. 60 tekens) naar de map op de CIFS-server waarin u uw scans wilt opslaan.

    Bestandsnaam:
    Kies een voorvoegsel voor de bestandsnaam. U kunt kiezen uit de zeven voorgedefinieerde namen en twee namen die u zelf kunt definiëren. De bestandsnaam die voor het gescande document wordt gebruikt, is het door u gekozen voorvoegsel gevolgd door de laatste zes cijfers van de teller van de glasplaat/ADF van de scanner en de bestandsextensie (bijvoorbeeld: 'Offerte_098765.pdf').

    Kwaliteit:
    Kies een instelling voor de kwaliteit. Als u de optie Selectie gebruiker kiest, vraagt het apparaat aan de gebruiker om een instelling te kiezen wanneer hij of zij het scanprofiel gebruikt.

    Type Bestand:
    Kies hier het bestandstype dat u wilt gebruiken voor het gescande document. Als u de optie Selectie gebruiker kiest, vraagt het apparaat aan de gebruiker om een instelling te kiezen wanneer hij of zij het scanprofiel gebruikt.

    Scanformaat:

    Kies het formaat van uw document in de lijst. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat het scanbestand het juiste formaat heeft.

     

    Lang papier scannen:

    Als u via de ADF een document wilt scannen dat op lang papier is afgedrukt, kies dan Aan. (Alleen voor specifieke modellen)

    Geen lege pagina's:

    Als u de lege pagina's wilt verwijderen uit het scanresultaat, kies dan Aan. (Alleen voor specifieke modellen)

     

    Achtergrondkleur verwijderen:

    Kies het niveau in de lijst. Met deze functie kunt u de achtergrondkleur uit uw documenten verwijderen, zodat de scan beter te lezen is.

     

    Pincode gebruiken voor verificatie:
    Als u het profiel wilt beveiligen, schakel dan Pincode gebruiken voor verificatie in en voer een pincode van vier cijfers in bij Pincode.

    Gebruikersnaam:
    Typ de gebruikersnaam (max. 96 tekens) in die het recht heeft om gegevens weg te schrijven naar de map die in het veld Opslagmap is opgegeven. Als de gebruikersnaam deel uitmaakt van een domein, voer dan de gebruikersnaam in op een van de volgende manieren: gebruiker@domein of domein\gebruiker.

    Nieuw wachtwoord/Wachtwoord opnieuw invoeren:
    Typ hier het wachtwoord dat voor het apparaat is geregistreerd bij de CIFS-server. (Maximaal 32 tekens.)
     
  11. Klik op Indienen.
  12. U moet de SNTP-server (netwerktijdserver) configureren of u moet de datum, tijd en tijdzone goed instellen op het bedieningspaneel. De tijd moet overeenstemmen met de tijd van de CIFS-server.

 

De functie Scannen naar netwerk gebruiken:

  1. Laad uw document.
  2. Druk op Scannen(Scannen).
  3. Veeg naar links of rechts om NaarNetwerk(naar netwerk) weer te geven.
  4. Druk op NaarNetwerk(naar netwerk).
    Het pictogram gaat naar het midden van het display en wordt blauw gemarkeerd.
  5. Druk op OK.
  6. Druk op de pijl omhoog of omlaag om Scannen naar netwerk te kiezen. Als u op het display wordt gevraagd een pincode in te voeren, voert u de viercijferige code voor de computer in op het display en drukt u vervolgens op OK.
  7. Ga op een van de volgende manieren te werk:
    • Ga naar stap 8 als het scanprofiel volledig is.
    • Als het scanprofiel niet volledig is, wordt u gevraagd de ontbrekende gegevens in te voeren. Ga naar stap 8 als u klaar bent met instellen.
  8. Druk op Start om te beginnen met scannen.
    Op het display wordt aangegeven dat verbinding wordt gemaakt. Zodra er verbinding is gemaakt met de CIFS-server, wordt met scannen begonnen.
Als u de glasplaat gebruikt, wordt Volgende Pagina? weergegeven op het display. Druk op Ja als u nog een pagina aan deze scan wilt toevoegen. Druk op Nee als u geen extra pagina's meer hebt om te scannen.

 

Staat het antwoord op uw vraag er niet bij, kijkt u dan eerst bij de andere vragen:

Heeft u de beschikbare handleidingen bekeken?

Heeft u meer hulp nodig, dan kunt u contact opnemen met de Brother-klantenservice.

Verwante modellen

MFC-J4620DW, MFC-J5620DW, MFC-J5720DW

Feedback

Geef hieronder uw feedback. Aan de hand daarvan kunnen wij onze ondersteuning verder verbeteren.

Stap 1: is de informatie op deze pagina nuttig voor u?

Stap 2: wilt u nog iets toevoegen?

Dit formulier is alleen bedoeld voor feedback.